zaterdag 1 augustus 2015

Langs het tuinpad van m'n vader, zie ik de hoge bomen staan...

We maken vandaag een fietstocht rond Yogyakarta. Vanaf de hoofdweg bij een olievat als middenstuk om de weg te verdelen tussen het komende en gaande verkeer rechtsaf en dan helemaal rechtdoor, daar is het best mooi, zegt Frans en hij zwaait ons uit. "En ze rijden hier links he!" roept hij niet geheel overbodig. 


We hebben een kaart, water, wat geld op zak, natuurlijk een fototoestel, en gaan vol goede moed de fietstocht aan. Al snel fietsen we tussen de rijstvelden. Palmbomen sieren het landschap en gedurende de tocht die langs de sawa's leidt, rechten boeren hun rug, zwaaien naar ons en gaan weer door om rijst te oogsten of te zaaien. Het is vruchtbaar groen land rond Yogya. We zijn een bezienswaardigheid hier. Wie gaat er nu op een snikhete dag (het is zoals alle dagen 32 graden) fietsen voor z'n plezier? 


Hier fietsen alleen jongeren en ouderen. Vanaf 14 jaar zit je al op een brommer die met z'n 125cc motor al snel 100 km per uur gaat of je bent in het rijke bezit van een auto. 
We hebben er al vaker over geschreven, Indonesie verandert snel. Zo hoorden we het verhaal dat je momenteel met een aanbetaling van 125 dollar een auto van 10.000 dollar kan kopen en je krijgt als dank nog 500 dollar als bonus terug. Hier denkt men vaak op korte termijn en heeft dus geen idee welk een last men aan het eind van de maand heeft. Men gaat dus meer geld vragen bij de werkgever, de lonen stijgen (sterke vakbond!!) en prijst zich dus op deze manier uit de wereldmarkt. De kledingindustrie vertrekt naar nog goedkopere landen zoals Vietnam en laat hier een bevolking met grote schulden achter. Maar hopen dat het touwtje niet knapt dus!



Tijdens het fietsen door de sawa's en kampongs moet ik plotseling aan mijn vader denken. Heeft ook hij op z'n fietsje door de sawa's gereden, in het water gesprongen voor een verfrissende duik en voor 2000 rupiah een 'te manis tidak es' genomen. Ik stel het me zo voor dat ook hij samen met zn broertjes een vlieger oplaat en door de velden heen rent om hem op te laten.  Of na school op de binnenplaats in de schaduw van bomen nog even bijpraat met zijn moeder.


 Ik herinner me nu, dat ook hij vaak tekeningen maakte. In mijn ogen, toen als jochie van 8, tekende mijn vader vreemde bergen, huizen, bomen en mensen. Ik kon het op een gegeven moment ook heel mooi nadoen, maar had geen idee wat ik nu tekende. Nu, fietsend door dit mooie landschap waar ik me op een vreemde manier zo thuis voel weet ik waar hij aan dacht. Vulkanen, de kampongs, de palmbomen als grens tussen de rijstvelden, de hardwerkende boeren met hun typische hoeden op, het wordt me nu allemaal duidelijk. 


Hoe zou het voor mijn vader en z'n broers zijn geweest? Na de laatste podloodstreep van je tekening naar buiten kijken, de sneeuw plakt tegen de ramen, de kachel staat aan, het is 6 uur en de aardappelen staan op tafel. Ik heb het hem nooit gevraagd.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten