woensdag 2 augustus 2023

Thuiskomen in Schiedam

Zo ben je op vakantie en het volgende moment ben je weer thuis. Voor de vakantie heb je in het toilet chloor gespoten en het bed netjes opgemaakt. Ken je dat? Dat je het huis netjes wilt achterlaten? Vaak doe je met een rood, verhit hoofd op de valreep van vertrek deze klusjes, je reisgenoot staat al klaar met tassen of koffers en wacht op jou. Als je thuiskomt, zou je denken dat je in een gespreid bedje terecht komt. Niets is minder waar. De wasmachine draait binnen een half uur op volle toeren, je raast met de stofzuiger door de kamers en je maakt de toiletten schoon. Pfff.



Wij kijken terug op een fijne drie weken toeren door Noord-Spanje. Het valt me op dat ik regelmatig moet uitleggen waar we dan zijn geweest. ‘Oh, in Barcelona?’ Nee, echt in het noorden. Ook Madrid ligt nog te zuidelijk. Baskenland kunnen mensen dan wel weer plaatsen, maar Galicië vergt enige toelichting. ‘Het was zeker regenachtig weer.’ Ook dat viel de afgelopen weken hartstikke mee. Het heeft inderdaad een keer geregend maar toen waren we doodmoe van het wandelen door Bilbao om een uur of vijf naar het hotel gegaan. Toen het ging regenen, zagen we de kans schoon om gewoon heerlijk op bed te blijven liggen. Benen vooruit, biertje of wijntje naast ons op het nachtkastje. Niks mis mee. Bij Santiago de Compostela gaan vaak wel wat bellen rinkelen. 

Terug in Schiedam viel het niet tegen met een terrasbezoek in goed gezelschap op zondagmiddag. Zelfs de zon scheen! Een heerlijk Italiaans diner volgde (wat kan die moeder van Roxy toch koken in la Bella Rosa) en net toen we wilden afrekenen, voegde een ander stel zich bij ons en werd het nog gezelliger. Jammer dat het de volgende dag maandag was en we vroeg moesten opstaan. 



Mijn vingers jeukten om wat te schrijven. Ik las de column van Han op Schiedam24.nl over ‘het grote probleem van Schiedam’. De inwoners van buurstad Rotterdam zijn met geen stok naar Schiedam toe te krijgen. Nu kan Han wel een potje bij me breken, die man zit in mijn hart maar ik was het totaal niet met hem eens. Het gaat er niet om dat Rotterdammers de voordelen van Schiedam niet zien; het gaat erom dat Schiedammers, zoals Han, er totaal niet bij stilstaan dat ze in Schiedam ook naar de film kunnen gaan. 

Tijdens informatiemarkten in Schiedam-Noord een tijdje geleden sprak ik met bezoekers. Zij vertelden dat ze in het centrum van Schiedam geen leuke winkels konden vinden, dat het maar niks was in het centrum. Dan vroeg ik waar ze dan hun boodschappen of hun inkopen deden en dan was het antwoord ‘In Zoetermeer’, in Rotterdam’ of ‘in Rijswijk’. Maar niet in Schiedam. Dank je dan de koekoek dat winkeliers zich ook niet in Schiedam vestigen! 



Laten we in Schiedam met elkaar afspreken dat we uit eten gaan in Schiedam (mag best wel eens in een andere stad maar niet altijd), dat we onze boodschappen doen in de Schiedamse winkelcentra en dat we hier naar de film gaan, in het Wennekerpand of aan de Noorderweg waar ‘de stoelen heerlijk zaten en met de airco alles dik in orde was’ (citaat Han). Of waar we een stuk gaan wandelen langs de weilanden rondom de stad. Want het credo 'Ik loop recht, ik loop rechtop' hoeft niet alleen te gelden in Noord-Spanje; dat kan ook in Schiedam. Dan komt alles toch nog goed.    

zaterdag 29 juli 2023

Afscheid van Bilbao

Het was de laatste dag van onze vakantie. We vertrokken al om acht uur uit Vitoria Gasteiz, een heerlijke stad. Maar het leek wel alsof de ‘tom-tom’ ons niet weg wilde laten gaan, want opeens bleken we terug te rijden naar hartje stad. In plaats van het ingetoetste adres in Bilbao leidde de navigatie ons weer naar de kathedraal. Toch wel bizar! Na enig geharrewar vonden we toch de weg. Om elf uur moesten we de auto terugbrengen in Bilbao. We leken ruim op tijd.

Onderweg keken we onze ogen uit. De weg noordwaarts ging door het nationaal park Gorbeiako: heuvelachtig, groen en volop bochten. Slierten mist hingen boven de dorpjes. Het zag er zo sprookjesachtig uit alsof Spanje ons wilde laten zien wat we de komende tijd zouden missen. We waren er stil van. 

Onze mobiele telefoon ging echter steeds af. Goede kennissen bleken onderweg naar Vitoria Gasteiz. Ik appte door op welke weg we reden, misschien kruisten onze paden elkaar. Wat jammer dat we elkaar niet konden ontmoeten! 

En een ander Schiedams gezin bleek die dag ook in Bilbao te zijn. Natuurlijk maakten we een afspraak om elkaar te zien en waar kun je beter afspreken dan bij het kunstwerk ‘Puppy’ van Jeff Koons voor het Guggenheim museum.

In Bilbao was de temperatuur gestegen sinds we daar drie weken geleden onze reis waren begonnen. Liepen we toen nog in spijkerbroek en overhemd door de stad; nu zochten we op straat snel de schaduwkant op. Met een funicolar gingen we naar een uitkijkplatform boven de stad. Met de letters ‘Bilbao’ (!) was een soort hek gemaakt rondom het platform. Aan de ene kant zag je de oude stad en aan de andere kant keek je uit richting zee. Een groep jongens stond onderaan de heuveltop. Ze waarschuwden ons dat er een straatrace werd gehouden. In hun hand hadden ze een selfiestick met telefoon om opnamen te maken van de race. Even later reed een rode, oude Audi voorbij, met knallende uitlaat. Tja, om ons heen zagen we alleen restanten van cafés en restaurants die ooit betere tijden hadden gekend. Wat moet je anders doen als opgroeiende jongeren in zo’n desolaat gebied?

Terug beneden in de oude stad was het tijd voor een menu del dia. Wat zullen we die missen! In een pijpenla hebben we weer een driegangenmenu met brood en fles wijn genuttigd voor in totaal 25 euro. Mensen stonden hier in de rij te wachten op een plek. De serveerster raadde ons op het menubord buiten een keus te maken. Zij sprak geen Engels en kon geen toelichting geven. Op goed geluk bestelden we een salade, kippensoep vooraf, een kipschnitzel en kalfslapje als hoofdgerechten en een flan en pudding als toetjes. De wijn werd bij elke gang steeds beter. Wij spreken dan wel geen Spaans maar de boodschap was na het dessert heel duidelijk: de tafel was nodig voor andere gasten.

Ondertussen waren onze mede-Schiedammers bij het museum aangekomen. Het was een fijne ontmoeting, zo ver van huis bekenden te zien. Uiteindelijk zat het er voor ons toch op. Nu we geen auto meer tot onze beschikking hadden, moesten we met de trein naar ons hotel terug. Bij het loket op het centrale station in Bilbao schudde de vrouw achter het loket haar hoofd. Ze zei iets, maar als we al zouden begrijpen wat ze zei, konden we het sowieso niet verstaan. Marco wees op het intercomsysteem dat uit stond. Niet dat het veel hielp. “Sis is not thie right station. Thats after the charts.” Ze maakte een armbeweging maar we snapten niet waarnaar ze wees. Nadat ze haar zin drie keer had herhaald, kwam ze uit haar hokje tevoorschijn en liep ons voor naar de uitgang. “Sorry for my English”, verontschuldigde ze zich en ze wees naar een kerk (‘charts’) aan de overkant van de rivier. Daar moesten we zijn voor onze trein. 



En zo zitten we dan in ons hotel vlakbij het vliegveld omdat onze vlucht morgenochtend vroeg gaat. Koffer weer gepakt, ook met de helft van ons ongebruikte kleding er verfrommeld in. Nu maar hopen dat iemand zaterdagmiddag met ons een consumptie wil drinken op een terras in Schiedam!   


donderdag 27 juli 2023

Introduceer een menu del dia in Schiedam!



In vrijwel alle steden die we hebben bezocht in Noord-Spanje, staat de naam van de stad in koeienletters op het centrale plein. Bezoekers nemen daar hun foto. Het is 1 grote reclame-uiting die doel treft. We vergelijken de manier waarop Spanjaarden hun stad willen onderscheiden, ‘branden’, van de andere, vaak met hoe het in Schiedam gaat. Nu zijn de middeleeuwse straatjes en gotische monumenten niet te vergelijken met ons erfgoed. Maar we kunnen wel leren van goede voorbeelden. 

Stel je een Hoogstraat voor met veel restaurants, terrasjes voor de deur, delicatessenzaken, een wijnbar. Het zou de straat gelijk veel levendiger maken. Een paar jaar geleden waren er immers ook nog nauwelijks terrassen op de Grote Markt? Kijk eens hoe gezellig het plein er nu uitziet! We zien in Spanje veel projecten gerealiseerd met vermelding van een Europese subsidie. Dat heeft Spanje goed gedaan. Is er voor een stad die momenteel opkrabbelt en zichzelf opnieuw uitvindt na de teloorgang van de ene monocultuur (visserij, jeneverindustrie, scheepsbouw) na de andere, wellicht ook een behoorlijke Europese tegemoetkoming te vinden? We lezen op internet dat de meest teleurstellende attractie van Nederland in Schiedam staat. Nu worden er ook gelijk vraagtekens gesteld bij het platform dat tot deze conclusie kwam, maar goed, het wordt gesteld. We kunnen het dus alleen maar beter gaan doen! 

Een voorzet: laat de restaurants in de binnenstad van Schiedam een ‘menu van de dag’ voor een klein prijsje aanbieden, zeg zestien euro. Drie gangen, met brood, vooruit de drankjes niet inbegrepen. De gerechten mogen kleiner zijn van formaat dan die van de gewone kaart, maar moeten wel van heel goede kwaliteit zijn. Het brood komt van de molen, 1 van de acht hoogste molens ter wereld (!), is vers gemaald en gebakken. Een feit dat natuurlijk op de menukaart vermeld moet worden. De windmolen van Nolet rekenen we mee, niet zeuren. 

Desnoods vragen we Europese subsidie aan voor dit culinaire project. De Schiedamse bevolking heeft immers generaties lang een zeer eenzijdig dieet gekend: eerst alleen haring, dan vooral leven op wat glaasjes jenever met alle gevolgen van dien en later een karige maaltijd na hard werken op een scheepswerf. Bij ons was het inderdaad alleen op zondag wat vlees bij de aardappelen en op woensdag een gehaktbal. Op donderdag aten we veelal brood omdat mijn vader pas die avond thuiskwam met zijn weekloon. Ik ga ervan uit dat we de onderbouwing voor een subsidie kunnen staven met dit soort verhalen van (andere) Schiedammers. Die personen vragen we dan ook 1 keer per maand als gids voor een groep toeristen. De rondleiding eindigt bij een restaurant voor een menu van de dag.

Ik loop van stapel, sorry. Het komt omdat ik helemaal enthousiast ben over het ‘menu del dia’ hier in Spanje. Veel restaurants bieden voor de lunch een driegangenmenu aan voor tussen de twaalf en achttien euro. Brood, wijn, dessert, alles is inbegrepen. In plaats van (de fles!) wijn mag je ook water bestellen, maar dat zie ik weinig mensen doen. Na wat rondneuzen op internet lees ik dat dit voordelige menu is geïntroduceerd in de jaren zestig. Met – goedkope – gastronomie wilde de Spaanse toeristenindustrie de mensen lokken. Dat kunnen wij dan toch ook in Schiedam introduceren?

Vandaag namen we in Vitoria Gasteiz zo’n menu. Vooraf hadden we een flensje gevuld met een mengsel van gamba’s en kabeljauw met een saus van tomaten en een drupje olijfolie en een salade met brie, walnoten, tomaten en balsamico azijn. De hoofdgerechten: inktvis met een aioli-saus en een frisse aardappelsalade en kabeljauw om je vingers bij af te likken. Toetjes: een stukje cheesecake met warme chocoladesaus en manchego-kaas met kweeperengelei. We betaalden hiervoor in totaal iets meer dan dertig euro. Fles wijn en een mand brood erbij inbegrepen. Pas waren we in brasserie Stadhuis met Amerikaanse vrienden, met zijn vijven. Toen 1 van ons bij de twee kroketten met 1 boterham er nog een boterham bij vroeg, werd dat later gelijk extra gerekend, volgens mij 2,50 euro. Met zo’n krenterige houding tegenover klanten/ toeristen wordt het natuurlijk nooit wat in Schiedam.


We gaan van de week Noord-Spanje missen, de hartelijke houding van de meeste Spanjaarden (als men je passeert, hoor je ‘Hola!’ of ‘Buenos dias’ en vaak zelfs allebei na elkaar) maar we gaan vooral de menu del dia missen.     


woensdag 26 juli 2023

Is er al een nieuw parlement?

De zon schijnt, het is een onwerkelijk blauwe lucht en de natuur om ons heen is prachtig. We hebben er moeite mee om ervan te genieten. Onze vriend is plots overleden. In kerken die we sinds zondag bezochten, hebben we een kaars voor hem gebrand. Hij had weliswaar drie – christelijke – voornamen, maar volgens ons was hij veel te pragmatisch om te geloven. Hij geloofde in zijn gezin en in hun gezinnen. Wat was hij trots op zijn dochters, hun mannen en de kleinkinderen. Ik heb bij verschillende gelegenheden gevraagd waarom hij destijds parttime was gaan werken, toen hij kinderen kreeg. Ik vond zijn antwoord steeds zo mooi: dat hij zo kon genieten van dat kleine grut.

Bij veel van wat we doen – hij hield ook zo van buiten in de natuur zijn – en wat we zien, denken we aan hem. Vaak denk ik dat we mensen om wie we geven, niet laten weten hoe we over hen denken. Pas als iemand er niet meer is, zeggen we allerlei fraaie dingen. Om dat voor te zijn, zeg ik regelmatig tegen mijn partner en mijn kinderen dat ik van hen houd, trots ben en dat ze vooral moeten genieten van hetgeen waar ze mee bezig zijn. Ik probeer altijd uit een dag van alles te halen. 



Neem nou vandaag. We hebben heerlijk geslapen in een parador, in dit geval een paleis van een hertog uit de middeleeuwen. Omdat we de ontbijten in hotels in Spanje veel te uitgebreid vinden en we vaak alleen een boterham met jam nemen met koffie en thee, eten we liever ergens waar we kunnen kiezen. We kwamen vanmorgen in het plaatselijke restaurant uit. Drie mannen van in de tachtig zaten aan de bar. Een koffie met een hartversterktertje erbij. Een van hen las de krant. “Is er al een nieuw parlement?”, vroeg ik hem. Hij schoof me de krant toe: “De krant van Burgos.” Ik bladerde er doorheen. Afgelopen zondag waren er landelijke verkiezingen geweest en de rechtse PP had gewonnen. Met het ultrarechtse Vox had het echter net geen meerderheid. Ik probeerde wat uit: “Heeft de PP al een parlement?” Ik had gelezen dat in steden zoals Burgos, in de buurt, de PP op veel stemmen kon rekenen. De man gaf geen krimp.



Mensen zijn hier heel aardig, vinden we. Ze spreken vaak geen Engels, maar proberen toch met ons te communiceren. Als we iets vragen, krijgen we altijd een uitgebreid antwoord, is onze ervaring in Noord-Spanje. Na het ontbijt reden we door een prachtig landschap met zonnebloemen en velden lavendel dertig kilometer oostwaarts, naar Silos. Het klooster Santo Domingo mag je niet missen. Volgens de reisgids is dit een van de mooiste kloostergangen van Spanje met twee volmaakt gelijkvormige verdiepingen. Het is er inderdaad heel mooi en stil. De geroemde gregoriaanse gezangen van de monniken horen we ditmaal alleen op de video die wordt vertoond in een van de zalen. In de kerk ernaast branden we een kaarsje.

Op weg naar de parkeerplaats zien we een bordje met verwijzing naar een wandeling. Na 3,2 kilometer begint de kloof van de Yecla. Ach, we zijn wel minder voorbereid met een wandeling begonnen, dus we slaan rechtsaf naar de graanvelden. Langzaam gaat het pad richting een kloof, een desfiladero. Boven ons hoofd zwermen gieren rond, op zoek naar eten. Na een kilometer of drie is er een speciaal pad met hekken gemaakt dat ons door de kloof leidt. Soms moeten we bukken om het pad te kunnen vervolgen, maar het is heel netjes gemaakt. Eerder hebben we wel eens met onze vingers in de rotsbodem moeten klauwen om een pad te kunnen volgen. Dus dit pad is een eitje. Onder ons zien we de Yecla zachtjes voortkabbelen. Aan het einde van de kloof, lopen de andere mensen richting de auto die daar geparkeerd staat. Wij moeten weer 3,2 kilometer terug. 





Aan het einde van de dag keren we terug bij de parador. Maar we drinken wat bij het plaatselijke café op het plein. Het terras zit vol, ik hoor alleen Spaans om me heen. Met een bier, een ‘bumoe’ (vermouth) en een schoteltje pelnoten zitten we stil te genieten. Het is een uur of zeven en de temperatuur is ongeveer 28 graden. Het was een heerlijke dag.   



zondag 23 juli 2023

Een kerkje boven op een berg lonkt naar me


We rijden langs de kust van Galicië. Het is hier (ook) mooi. Groene heuvels omringen ons. Als we naar de kustplaats Cambados rijden zien we de grillige vormen van de riviermonding naast ons, een zogeheten ria. Het is eb. Hier nu eens geen zandstrand maar een groene algenlaag. De huizen in de wijk Santo Tomé zien eruit als op een antieke ansichtkaart. Zo zag de visserswijk er honderd jaar geleden waarschijnlijk ook uit. We dwalen door de straten en drinken een café con leche in de plaatselijke bar tabac. 



Daarna is Pontevedra onze volgende stop. Al is het zaterdag, het is er niet superdruk. In het centrum staan veel oude gebouwen. Telkens stoten we elkaar aan en wijzen op een detail rondom ons. Mooie balkons, die originele uitbouwen op de eerste verdieping van huizen met raampartijen of een fraaie gevel. Het is een stad waar de tijd nog geen vat op heeft gekregen. We genieten van een lunch, mijn hemel, een ceviche van zeebaars in een luchtige saus met hete groene pepertjes, een steak tartaar op een nog warme brioche en een hamburger met truffelmayonaise. Het is weekeinde tenslotte. Op de terugweg naar de auto zien we waar de mensen zijn. In de wirwar van straatjes staan tafels van restaurants zij aan zij en alles zit propvol. 



Ons hotel bevindt zich in het dorpje A Lama, op de weg naar Leon. We komen aan het einde van de middag aan. Ik besluit nog een wandelingetje te maken. De zon schijnt heerlijk (geen zorgen, het is hier hooguit 25 graden) en ik zie alleen maar groene heuvels om me heen. Een kerkje boven op een berg lonkt naar me. In het dorpje zie ik een aantal paarden staan, naast de plaatselijke kroeg. De berijders ervan hoor ik al uit de verte. Het lijkt een vriendengroep te zijn die de zaterdagmiddag sportief (!) samen doorbrengt. Als ik een foto maak van de paarden, zwaaien ze naar me. Ja hoor, jullie ook een fijne dag!



Het pad naar de kerk slingert zich omhoog. Onderweg passeer ik granieten beelden met een houten kruis erin verwerkt, de veertien staties, eigenlijk is het een halte om even bij stil te staan maar ik zit net in een fijn ritme bergopwaarts. De kerk bevindt zich boven op een berg. Vanuit ons hotelraam kijken we er zo tegenaan. De deur van de Capela do Sagrado Corazon is echter gesloten. Ik loop er omheen en zit nog even op een bankje achter de kerk te genieten van het uitzicht. Foto’s heb ik niet om te laten zien omdat de batterij van mijn telefoon halverwege de wandeling er mee op hield. Ik hoor de vrienden op hun paarden beneden in het dal galopperen. Ik schrik me opeens een hoedje: de kerk naast me slaat het halve uur. 

Wanneer ik het pad naar beneden wil aflopen, rijdt een auto me tegemoet. De bestuurster stopt pal naast de kerk, die zij opent. Ik loop de paar meter terug en vraag of ik binnen mag kijken. Het is een lief, bescheiden kerkje met een paar banken. De vrouw komt binnen met bloemen in haar armen. “Is er een trouwerij?” vraag ik, of althans ik denk dat ik dat vraag in mijn koeterwaals Spaans. Ze schudt haar hoofd en vertelt, volgens mij, dat ze alleen de bloemen komt verversen. Ik bedank haar en wil vertrekken. 

Dan valt mijn oog op een raderwerk aan het plafond bij de deur. Twee granieten tegengewichten hangen aan touwen die in verbinding staan met het uurwerk. Het graniet laat hier en daar los. Het ziet er heel eenvoudig uit. Wat jammer dat ik hier geen foto van kan maken! Als ik even later halverwege de berg loop, luidt de klok zeven uur. Ik vraag me af hoe dat systeem nu aan het bewegen is. Ik ben blij dat ik er niet meer onder sta! 



Dit verhaal is gisteren, zaterdag geschreven. Ik weet niet of ik er vandaag in staat toe zou zijn. Vanmorgen kregen we het afschuwelijke bericht dat onze lieve vriend Ronald plotseling is overleden. We hebben ons bezoek aan Ourense direct afgebroken en zijn verder gereden, driehonderd kilometer lang zonder al te veel te zeggen. Af en toe haalden we herinneringen aan hem op maar vooral waren we in gedachten bij Jolanda, Michelle, Nicole, de schoonzoons, de kleinkinderen, Cocky en Nico. We weten dat jullie familieband sterk is, dus hou elkaar stevig vast, net zoals Ronald zou hebben gedaan.  

zaterdag 22 juli 2023

Galicisch volksmuseum is feest der herkenning

In de ochtend bezoeken we de kathedraal van Santiago de Compostela als het nog redelijk rustig is. Het toerisme rondom de pelgrimage stijgt overigens jaarlijks. Sinds de 12e eeuw al heeft de stad de statuur van een heilige stad, net als Jeruzalem en Rome. Vanaf dat moment lopen gelovigen de bedevaart. Maar omstreeks 1980 besluit het Ministerie voor Toerisme de pelgrimstocht meer onder de aandacht te brengen. Nu bezoeken circa 2,5 miljoen mensen de stad, onder wie 250.000 pelgrims. Moet je nagaan wat een ‘branding’ kan doen voor je stad! Zoals Pedro ons vertelde bij de wijnbar in de markthal, is het tegenwoordig voor veel vriendengroepen een uitdaging om de tocht te lopen. “Het is heel gezellig.” Er ligt vaak geen religieuze of spirituele reden aan de pelgrimage ten grondslag. 



Het blijft natuurlijk een geweldige prestatie wanneer iemand meer dan honderd kilometer achtereen in dit heuvelachtige gebied kan lopen. Petje af. Wij lopen die dag ongeveer achttien kilometer door de stad. Telt dat ook? Zo bezoeken we het Museo do Pobo Galego, het Galicisch volksmuseum. Samen met vijf andere bezoekers. Het is jammer dat dit museum niet meer aandacht krijgt. Het is leerzaam en het is gevestigd in een voormalig 13de eeuws klooster. Een prachtig pand met een opmerkelijke wenteltrap die drie verdiepingen met elkaar verbindt. De fraaie trap oogt als een slakkentoren en doet me denken aan het pand van de firma Herman Jansen aan de Noordvest in Schiedam van de Italiaanse architect Giudici. Daar is ook zo’n prachtige trap te zien. Let op: tijdens Open Monumentendagen in september vaak te bezichtigen. 

Terug naar het Museo do Pobo Galego. We vinden het jammer dat er geen Engelse toelichting bij de onderdelen is. Daardoor ontbreekt de samenhang van de geëxposeerde stukken; die bedenken we er nu vaak zelf bij. De verschillende zalen staan in het teken van de zee, van ambachten, landbouwwerktuigen en maar ook de feestkostuums van Galiciërs komen aan bod. Maquettes moeten een beeld geven van het leven op het platteland. Het is heel secuur gedaan maar toch geeft het ons het idee dat een bedreven amateur aan het knutselen is geweest. Zo’n zelfde soort opstelling zien we vaak in Indonesische musea. We hebben het tsunami-museum in Atjeh eens bezocht. Daar werden we ook ontroerd door een van lucifers geknutseld huis waarbij de kamer van oma vlakbij de buitendeur was gemaakt. Daarbij werd aangegeven dat oma dan bij gevaar snel weg kon.






Toch boeit het museum ons. Waarschijnlijk omdat er zoveel te zien is en mede omdat we bepaalde dingen herkennen. We zien de graanschuren, die we hier overal in dorpen zien staan. De pop met de doedelzak. Precies zo’n zelfde geklede man stond in het portaal bij het plein naar de kathedraal te spelen om de pelgrims te ontvangen (en wat te verdienen natuurlijk). Het is een feest der herkenning. 

Bovendien geeft het museumkaartje tevens toegang tot de kerk die bij het klooster San Domingos de Bonaval behoort. Een bijzonder mooie kerk die misschien in het niet valt bij de uitbundige praal van de kathedraal een kilometer verderop maar misschien door haar eenvoud boeit. Vooral het Pantheon van illustere Galiciërs vond ik interessant. Hier liggen enkele van de grootste schrijvers en dichters begraven die Galicië heeft gekend. Er is bijvoorbeeld een tombe voor Rosalia de Castro (1837-1885), een schrijfster die in de eigen taal publiceerde. Ik vind het opvallend eens een praalgraf voor een vrouw aan te treffen omdat ik tot nu toe alleen tombes voor ridders en bisschoppen heb gezien.

Na deze bespiegelingen dompelen we ons weer onder in de gezellige drukte van de wandelaars. We gaan nog een keer kijken op het plein voor de kathedraal en nemen dan afscheid. Morgen willen we langs de kust van Galicië zuidwaarts rijden voordat we de route naar het oosten inslaan. Voor de laatste dagen in Spanje!      



vrijdag 21 juli 2023

Tien dagen lopen in je eentje



Kronkelige stegen waar massa’s mensen lopen die geen stap opzij doen en obers die ons proberen over te halen bij hun etablissement wat te gebruiken. Wat was Santiago de Compostela gisteren wennen voor ons! De stad was superdruk, vol toeristen en de plaatselijke middenstand was erop gebrand elke euro uit onze zak te kloppen. We zijn zelf ook toeristen, zeiden we tegen elkaar, dus waarom reageren we zo gramstorig? Tot nu toe waren steden, die we hebben bezocht, levendig maar het was gezellig druk. Ook hadden we niet telkens het gevoel dat we in de maling werden genomen als niet-Spanjaard. Dat voelde in Santiago de Compostela anders. We besloten daarom deze dag vroeg op pad te gaan en gelijk koers te zetten naar de kathedraal. Het bleek een slim besluit.



In de loop van elke dag komen pelgrims aan. Die gaan de laatste meters heus niet opzij voor viefe reizigers. Ze zijn gefocust om naar het plein voor de kathedraal te gaan en daar de foto te maken voor het thuisfront als bewijs dat ze het hebben gehaald. Ze moeten dan in ieder geval in totaal honderd kilometer gelopen hebben naar Santiago om een certificaat te krijgen. Het is dan ook vooral ’s middags een mierennest daar. Maar deze morgen staan we als eersten te wachten in de rij voor de kerk. Het is rustig, de pelgrims van die dag zijn nog onderweg en die gisteren gearriveerd waren, liggen nog in bed na het vele afzien. 





De kathedraal is prachtig, tjonge wat een rijkdom. We mogen 1 voor 1 een trapje op achter het hoofdaltaar om daar het dertiende eeuws beeld van de heilige Jacobus te omhelzen. Ik vind het voldoende om rond te kijken in de krappe ruimte en maak per ongeluk een foto waar het niet mag. Marco is onder de indruk van het wierookvat, het batofumeiro, van 53 kilo. Via een katrolsyteem kan dat vat door de zijbeuk zwaaien, en men zegt met een snelheid van 65 kilometer per uur. Bij de uitgang van de kerk zien we lange rijen staan bij de ingang. Pff, dat is een meevaller.


We lopen naar het plein waar de schelp in het plaveisel het eindpunt van de pelgrimage betekent. Mensen vallen elkaar in de armen, sommigen hebben tranen in de ogen, anderen lopen enigszins houterig (van de spierpijn of van een blessure, denk ik) de laatste meters. Ik zie een jongeman met een volle tas op zijn rug waar zijn wandelschoenen aan bungelen. Hij vraagt een omstander of diegene een foto van hem wil maken. Zijn brede lach spreekt boekdelen: hij is trots op zichzelf dat hij Santiago heeft gehaald. Hij blijkt uit Litouwen afkomstig en wilde de pelgrimage maken voor zichzelf, deze uitdaging het hoofd bieden. 

“Maar ik ben gestart in Porto hoor”, lacht Mantas. “Ik heb in tien dagen ongeveer tweehonderdvijftig kilometer gelopen. In mijn eentje, dat maakte het soms moeilijk. Ook kreeg ik last van een spier in mijn scheenbeen en mijn schoenen zaten niet goed.” Dat verklaart de wandelschoenen aan zijn rugzak en ook de simpele canvas schoentjes waar hij nu op loopt. Wij feliciteren hem en hij schijnt oprecht blij te zijn met deze onverwachte steunbetuiging. Via whatsapp sturen we de foto’s die we van hem hebben gemaakt. Goed gedaan Mantas!



Vanaf de kathedraal lopen we door de mooie historische binnenstad naar de markthal, de Mercado Praza de Abastos. Het is een groot gebouw van graniet dat dateert uit 1930. Op deze vrijdag zijn niet alle stalletjes gevuld met marktkooplieden. Donderdag schijnt het hier marktdag te zijn. Het is puur genieten om de verse groenten, vissen, fruit en vlees te zien. Bij een stalletje drinken we een glaasje Spaanse wijn. De verkoper heeft geen hapjes erbij maar we kunnen in de markthal bij de eerste stand rechts iets kopen. Ik vraag een kleine portie kaas uit Galicië en krijg een enorme schotel met zeker acht verschillende kazen erop. Overigens allemaal even lekker. We bieden de buurman in het wijnstalletje wat kaas aan en raken aan de praat. Deze Pedro woont al tien jaar aan de oostkust van Amerika en werkt daar als ingenieur bij de NASA. Elke zomer probeert hij familie en vrienden in Spanje te bezoeken. Vandaag komen vrienden aan na een pelgrimstocht en hij zal ze inhalen op het plein. “Zij maken de tocht niet uit religieuze overwegingen. Veel mensen lopen tegenwoordig ongeveer honderd kilometer met een vriendengroep. De reis is helemaal verzorgd, men loopt een uur of vier per dag, en daarna is het gezellig samenzijn in een café.” 

Op de vraag hoe hij Spanje weer ervaart na Amerika, moet hij lachen. “Doel je op de siësta die Spanjaarden doen na de lunch? In Amerika eet ik mijn boterham achter mijn computer op. Geen haar op mijn hoofd die eraan denkt om een uur of drie weg te gaan voor een lunch. Maar hier is het nog gebruikelijk. Het hele leven ligt plat tussen 1 en 4 uur.” Pedro pakt zijn koffertje op, leegt zijn wijnglas en neemt hartelijk afscheid. Zijn vrienden komen in de buurt.



Vandaag ervaren we de drukte en de aanwezigheid van vele gefocuste wandelaars anders dan gisteren. Ach, misschien waren we zelf moe van de lange reis uit de bergen. Al hebben we die afstand dan afgelegd met een auto. Santiago de Compostela is bijzonder, daar zijn we het nu over eens.  



donderdag 20 juli 2023

Rijden naar Santiago de Compostela is ook een kunst



Na de bocht boven op een berg in het Nationaal Park de las Fuentes del Narcea lopen er opeens twee koeien op de weg. Gelukkig rijden we niet hard. Rustig blijven we erachter rijden totdat zij kiezen welke kant zij opgaan. De omgeving langs deze weg is zo mooi. Ik ben ook heel blij dat we nu eens zitten in plaats van met warme hoofden en zware benen bergopwaarts te lopen. We genieten volop.
















Vandaag rijden we een lang stuk, zo’n 240 kilometer westwaarts. Tot nu toe hebben we in tien dagen ongeveer 700 kilometer gereden. 



Haha, volgens mij hebben we meer gelopen. Ik overdrijf natuurlijk maar per dag lopen we toch ongeveer twintig kilometer. Een afstand die ik thuis totaal niet haal. Pas keek ik op de app en schrok hoe weinig ik soms loop per dag. Misschien twee kilometer? Dat ga ik anders doen als ik terug ben. Is dit zo’n voornemen dat je neemt als je op vakantie bent en vergeet wanneer je weer terug bent? 




Speciaal voor Marco, die houdt van het bochtenwerk tijdens het rijden, nemen we een tussendoorweg vanuit Cangas del Narcea. Ons volgende doel is Santiago de Compostela in Galicië. Na twee uur door de bergen rijden, met panorama’s op 1200 meter hoog, hebben we net 45 kilometer op de teller. Dit tempo vinden we overigens prima. Af en toe stoppen we om ons heen te kunnen kijken. De ene keer bevinden we ons op een bergkam met links en rechts in de diepte mooie uitzichten. De andere keer staan we bij een bocht in een rivier die zich groen en stil voor ons uitstrekt. Onderweg komen we een bord tegen dat ons waarschuwt voor beren op de weg. Dat is weer eens wat anders dan koeien. Rijden naar Santiago de Compostela via deze kronkelende binnenweg is ook een kunst. Als we het bord ‘Galicië’ zien, nemen we met weemoed afscheid van Asturië dat ons bekoorde. 



We rijden via Lugo, de hoofdstad van Galicië, waar we een lunchstop maken. We parkeren de auto buiten de Romeinse stadsmuren. In dit deel van de stad zien we alleen saaie flats staan. Als een moderne muur omringen ze het oude stadsdeel. Door verschillende poorten kun je de stad binnen lopen. Lugo komt relaxt over met het uitgebreide voetgangersgebied en de vele terrasjes maar we zijn blij dat we hier geen twee nachten hebben geboekt. Daarvoor rijden we door naar Santiago de Compostela. De route gaat nu over een snelweg en dat rijdt snel door. Onderweg zien we veel wandelaars, die de pelgrimsroute lopen. Als ze kunnen aantonen door middel van stempels in een speciaal paspoort dat ze minimaal honderd kilometer erop hebben zitten, krijgen ze in Santiago een schelp. Per jaar schijnen pakweg 250.000 mensen (een deel van) de route te lopen. Respect!

Nadat wij de auto bij het hotel in de garage hebben gezet, zoeken we een terrasje op. Dat is heel fijn 😊. Het is druk in de stad. Op het plein bij de kathedraal is het zelfs dringen. We moeten morgenochtend maar vroeg terug om dit monument te bezoeken. Op het terras krijg ik van mijn collega Ayse goed nieuws over een project. We hebben iets te vieren vanavond!

woensdag 19 juli 2023

Asturische lekkernijen


Eten en drinken kun je in Spanje de hele dag door. En alles smaakt heerlijk. Bij het ontbijt zijn er knapperige broodjes, jam, verse honing, kazen en ham. Altijd liggen er zoete broodjes of stukjes taart/cake en fruit. Vaak hebben we onze keus al gemaakt en dan komt er een ober naar ons toe om te vragen of we nog iets warms willen bestellen bij het ontbijt. Denk aan een omelet, geroosterde groenten, spiegelei met bacon/kaas. Overigens staat er ’s ochtends altijd een fles olijfolie op elke tafel.  

Rond koffietijd zitten de terrassen vol met luid kletsende mensen (ik denk dat ik Spaans bloed heb) waar niemand zich aan lijkt te storen. Bij de koffie krijg je steevast een zoetigheid erbij, al bestel je het niet. Een churros (soort lange sliert donut) of een stuk bladerdeeg. De lunch is de belangrijkste maaltijd, in ieder geval hier in het noorden. Vanaf een uur of 1 tot half vijf gaan deuren van winkels dicht, kun je niet inchecken in een hotel want dan zit iedereen aan een maaltijd. Veel restaurants bieden een ‘menu de dia’ aan voor circa vijftien euro, van drie gangen inclusief brood, water of wijn. Echt geen geld en ik heb al geschreven dat de porties er niet minder om zijn. De avondmaaltijd is pas na negen uur. Kijk niet gek op als Spanjaarden om half elf een restaurant binnen lopen en dan pas gaan eten. 

Maar belangrijker: het eten smaakt fantastisch. In Italië genieten we ook altijd maar toch is het eten hier anders. Misschien ziet het er boerser uit, grover. Ik kan er niet zo goed de vinger op leggen. Wel weet ik dat het me allemaal supergoed smaakt. Of het nu komt omdat de ingrediënten waarschijnlijk zo van het land of uit de zee komen? We zien op elk vrij stukje grond een tuintje met groenten en kruiden. In Asturië is de specialiteit fabada, een cassaulet, ragout van grote witte bonen met stukjes verschillende vlees erin, zoals chorizo, een stukje spek, bloedworst. Die bonen hebben we in de winkel zien liggen. Er zijn hier trouwens allerlei soorten bonen of linzen droog verkrijgbaar, maar de fabada-bonen zijn verreweg het duurst, zo’n vijftien euro per kilo. Op elke menukaart (ook op het dagmenu) prijkt verder de entrecote, waar je een flink dik stuk van op je bord krijgt. 

Vandaag besloten we geen broodje te eten maar uitgebreid te gaan lunchen. De parador ligt drie kilometer buiten de stad en er is wel een restaurant maar de late tijden breken ons soms op. Het is ook fijn om na een flinke wandeling van twintig kilometer te gaan lunchen, dan terug te gaan naar de kamer om te douchen. Dan is het vaak al rond zeven uur. Ook fijn om nog wat te lezen of de route voor de volgende dag uit te stippelen. 



We kwamen terecht in restaurant Blanco midden in Cangas del Narcea. Er waren geen tafels vrij nog maar als we een kwartiertje konden wachten? Binnen aan de bar keken we goed om ons heen. Een oude tegelvloer, houten lambrizering en eenvoudige houten tafeltjes. Aan de muur hingen allerlei onderscheidingen die de kok de afgelopen jaren had gekregen. Ook hing er een ingelijst verhaal aan de muur met foto van de kok/eigenaar. Ongetwijfeld een lovende recensie uit een blad. We keken vanaf de bar de keuken in, verrek daar stond die man van de foto. Bij ons drankje kregen we al een lekkere tapas: een stukje tortilla met ham op brood. 



De menukaart die we even later kregen, was abracadabra voor ons. Sommige woorden herkenden we inmiddels maar de ruime omschrijving van de gerechten ging ons boven de pet. Een kok kwam ons de gerechten toelichten. Diezelfde man was ook gehaald toen we vroegen of er een tafel voor twee was. Hij legde toen uit dat we dan even moesten wachten. Blijkbaar was hij de enige die wat Engels sprak. Marco koos de vis en ik ging voor een gerecht waarbij Asturische kaas was verwerkt. Die vind ik namelijk heerlijk.

Als voorgerecht hadden we een tomatensalade gekozen die we deelden, we hadden de porties namelijk gezien. Mijn hemel, wat was dat lekker! Er waren wat stukjes ui en groene peper overheen gedaan en olijfolie. Wat voor soort vis Marco daarna kreeg, wisten we niet maar deze was flink dik. “Het is net als een biefstuk.” Ik had geen idee wat ik zou krijgen en toen het werd gebracht, sloeg de schrik me om het hart. Ik zag een donkerbruin iets liggen, een varkenspoot ofzo? Gelukkig herkende Marco de aubergine die met een anjovissalsa en een lichte kaassaus was gestoofd. Ook heerlijk! Alle toetjes op 1 na waren op dus de keus was makkelijk. Ik heb geen idee wat crema de requeson is maar proefde wel een soort zachte kaas met toffeesaus. 















Tevreden en met volle buiken liepen we de drie kilometer weer terug naar de parador. Morgen laten we Asturië achter ons en rijden we naar Galicië. Ik ben benieuwd; Asturië heeft wel ons hart gestolen, zo mooi vinden we de omgeving. Laten we het over eten maar even niet hebben, als je het niet erg vindt. 

 

 



dinsdag 18 juli 2023

Over paradors en een wijnmuseum



Voormalige kloosters, paleizen en kastelen zijn in Spanje omgevormd tot paradores, hotels van klasse. Ons volgende reisdoel is Cangas del Narcea, in Asturië, en laat daar nu net een parador zijn. De kamers zijn wel iets duurder dan die in een hotel, maar dan heb je ook wat. Vooral deze parador schijnt befaamd te zijn. Door de enorme afmetingen van dit klooster heeft het de bijnaam ‘Escorial van Asturië’, vernoemd naar het immense complex nabij Madrid. We boeken via de organisatie waarvan Marco voor vertrek lid van is geworden, als Amigos de paradores!

Lidmaatschap kost niets overigens, wel krijg je korting bij het boeken van een kamer. In een parador krijgen we bij aankomst tot nu toe ook steeds een welkomstdrankje aangeboden. Het loont dus wel om lid te worden. Er zijn voor deze parador trouwens verschillende aanbiedingen. Als je een kamer boekt voor twee nachten als 55-plusser, krijg je de meeste korting. Ach, we blijven Nederlanders. 



Het hotel valt niet tegen, integendeel. Binnen heb je er geen idee van dat het buiten 27 graden is en dat de zon schijnt, zo dik zijn de muren. De receptioniste laat ons kamers zien. Bij de eerste komen eerst in een soort huiskamer, het slaapgedeelte is een vertrek verderop. Twee grote ramen bieden uitzicht op de bergen. Bij de tweede kamer lopen we gelijk tegen de aparte bedden op. Hoewel we daar minder van gecharmeerd zijn kiezen we toch voor de laatste optie, die ongeveer de helft kost van de eerste kamer. We willen nog ruim een week blijven in Spanje.



De valkuil is dat je eigenlijk nooit eerst een ruimere, luxere kamer moet zien. Als we later ingecheckt zijn en onze bagage in de kamer hebben gezet, vind ik het een super kamer. Twee keer zo groot als normaal (35 vierkante meter), koel en rustig. Dan moeten we ontzettend om onszelf lachen. In de douche zijn beugels rondom het toilet. Er is een inloopdouche met een stoeltje. De telefoon heeft gigantische cijfers als toetsen. In de kledingkasten zit een ingenieus systeem zodat je niet hoeft te rekken naar een kledingstuk dat je hebt opgehangen. En ik hoop dat ik vanavond niet op de rode knop druk die er waarschijnlijk is om hulptroepen in te roepen als je wat overkomt in de douche.  Marco foetert dat het de laatste keer is dat we een 55-plus-aanbieding nemen.

De parador bevindt zich zo’n drie kilometer van het stadje Cangas del Narcea. Dus vanavond eten we binnen de muren van het klooster. Het restaurant schijnt een Asturische keuken te bieden, dus volgende keer meer hierover, Hans!



We hebben de verschillende wandelingen die je hier kunt maken, net bekeken en er 1 uitgezocht voor morgen. Vandaag verkennen we het stadje dat enigszins verwaarloosd overkomt. Veel zaken staan leeg of te koop. Volgens ons zouden ze veel meer toeristen kunnen aantrekken. Het gebied is prachtig, er zijn verschillende wandelingen te maken met een diverse moeilijkheidsgraad. Vlakbij is een nationaal park waar per dag slechts twintig bezoekers worden toegelaten. In dat park leeft de grootste populatie bruine beren (van Europa?). Maar er omheen, zoals in dit dorp, zijn talloze andere wandelingen te maken. De omgeving is groen, heuvelachtig met prachtige uitzichten en vaak de rivier Narcea kabbelend naast je, de habitat van forellen, kikkers en otters. Ik verheug me op de wandeling van morgen. We kiezen de SL.AS 19 van Corias naar El Puelu van 13 km heen en terug. 



Vandaag hebben we onbedoeld al de wandeling ‘Paseo del vino’ gemaakt. Omdat het nog vroeg is en we pas na twee uur kunnen inchecken, bezoeken we eerst het Museo del Vino de Cangas. Het museum is gebouwd in de vorm van een mand, maar dat zie ik er niet in terug. Wel is het nieuw en volgens het bord bij de ingang dankzij veel subsidies gerealiseerd. De receptioniste vertelt dat de toelichting alleen in het Spaans is, dus daarom mogen we gratis naar binnen. Binnen treffen we inderdaad vooral tekstborden aan, mijn hemel wat een uitleg. 

We zien een ouder echtpaar (opa en oma?) dat met een jongetje de tour doet. Dat is goed gedaan, ik hoor het ventje de hele tijd praten terwijl hij met een boekje in zijn hand door het museum loopt. Ik vind het opmerkelijk dat er niet zo heel veel te vertellen is, terwijl er wel een prachtige museumtour omheen is gemaakt. Wij hebben in Schiedam, vind ik, juist veel te vertellen qua historie en feiten maar we doen er nog te weinig mee. (Neem nou de molens: dat zijn de hoogste molens ter wereld, maar wat doen we ermee? Kijk maar eens op internet op ‘molens’ of op wikipedia, je vindt niet veel over Schiedam terug). 



Na afloop van de tour door het museum raken we in gesprek met de receptioniste, Ana. Ze laat ons het museum zien dat tot een paar jaar geleden in gebruik was. Het is een schuur van pakweg negen bij vijf meter met allerhande, authentieke apparatuur dat gebruikt wordt bij het maken van wijn. Als dat voor kort het museum was! De upgrade die het museum heeft gekregen, is een groot succes voor de bestuurders ervan. Daar kunnen wij in Schiedam veel van leren hoe we Europese subsidies kunnen binnenhalen.



Deze wijngaard in Cangas is de kleinste in Spanje die een wijn produceert met een DOC-vermelding. We kopen een fles voor zestien euro en de wijn is inderdaad lekker. Maar tot nu toe drinken we hier goede wijn voor een schijntje. Ana licht de diverse wijnen die hier worden gemaakt, uitgebreid toe. Ze spreekt goed Engels, al verontschuldigt zij zich. “De meeste bezoekers zijn Spanjaarden, dus ik kan weinig oefenen.” Op de vraag hoe het is om in Asturië jong te zijn, glimlacht ze. “Het is moeilijk om werk te vinden. Tot de jaren negentig zorgde de mijnindustrie voor werkgelegenheid. Maar de laatste mijn is ongeveer tien jaar geleden gesloten. Gelukkig is er in Cangas del Narcea werk door de aanwezigheid van een ziekenhuis en heeft de stad een functie op het gebied van regionaal bestuur. Maar veel jongeren streven een carrière na en trekken daarom naar de grotere steden. Het is een probleem.” 

Ana vertelt niet alleen enthousiast over de wijngaard maar ook over een ‘charming’ wandelroute. Wanneer we hartelijk afscheid nemen van elkaar, slaan we het pad in dat zij heeft aangewezen. Hoewel we vandaag een museumbezoek op de agenda hadden staan en geen wandeling, tuinen we er toch weer in. We gaan op weg. De Paseo del Vino is tenslotte maar 1,6 kilometer lang met een niveauverschil van 65 meter, een makkie!