zondag 21 juni 2026

Sophia is back XIV



De bergen lonken. Schilpario of Val de Scalve is ons doel die dag. We hebben een afspraak met ‘oude’ vrienden daar. Man is in zijn schik. De autostrada vindt hij saai; die kronkelende bergweggetjes daarentegen maken hem blij. Ik tel de bochten, of althans ik probeer te tellen want soms is de vangrail zo dichtbij dat ik de tel vergeet. Waarschijnlijk 83 S-bochten verder zijn we er.



De weg naar Schilpario is prachtig. Soms hangt de bergwand over de weg waardoor het water, dat naar beneden komt, bijna naar binnen klettert. Want in de bergen rijden we natuurlijk met de ramen open. Je hoort vogels kwetteren, de wind ruisen, de bergbeek naast ons horen we stromen. We stoppen bij de Canyon Bar aan de SS294 (km 44,2) voor een cappuccino. Het uitzicht vanaf het terras doet me wat. Man zegt altijd dat ik vrolijk word wanneer ik bergen om me heen zie, een kamer krijg met grenen houten meubilair. Ach, het zijn mijn genen blijkbaar.



In Albergo Pineta worden we gastvrij ontvangen. Eleanora omhelst me wanneer ik me voorstel. “Mijn oma heette ook zo”, is haar verklaring. Wanneer ik de kamer cash afreken, lacht ze nog breder. Later helpt ze ons met het zoeken van onze volgende bestemming. Op de achterkant van het Menu del Dia (Pasta Amatriciana, Bocconcini in umido con patate, contorni en patate fritte) noteert ze de ideale route. Die is voor morgen. Vanavond gaan we uit eten met onze Italiaanse vrienden. Er is 1 probleem: het restaurant is weliswaar maar 2 kilometer verderop maar na zeker 9 S-bochten en zonder verlichting. Niet drinken is een optie maar je kent Man? Eleanora wil ons wel brengen om acht uur. Halen kan ze ons niet want dan is ze bezig in haar eigen restaurant. 

Als het tijd is, lopen we naar de auto. We zijn de deur nog niet uit of Eleanora roept ons terug. “Maurice wil jullie nu brengen en halen om 10 uur.” We slaan het aanbod niet af en proppen ons in een autootje waarbij het hondje Mascotte het nog eens extra moeilijk maakt door op onvermoede plekken op te duiken in de auto. Maurice is een Fransman die op vrij jonge leeftijd met zijn ouders verhuisde naar deze bergen. Hij rijdt misschien 25 km per uur en midden op de weg. Zo zijn er nauwelijks bochten! “Er vinden hier veel ongelukken plaats. Vooral door jongelui die veel te hard rijden.” 

Op de afgesproken tijd meldt Maurice zich in het restaurant. We hadden al gehoord dat de bewoners van deze streek punctueel zijn, ‘afspraak is afspraak’. Bij de Albergo nemen we dankbaar afscheid, ik kus hem op de wang en geef vervolgens een briefje van 20 euro als dank. Hij zwaait ons uit het open raam na. 




 


1 opmerking: