maandag 17 augustus 2015

Indonesie viert 70 jaar onafhankelijkheid.

Manado, 07.30 uur. Op het plein voor het Convention Centre bij het Novotel staan de vip's op een rij. Bordjes op de grond geven aan welke vertegenwoordigers er staan: department, government, staff. Schuin er tegenover staat het personeel in slagorde opgesteld. 

    
Boven op een podium in de schaduw van een parasol staat een man met een peci, zo'n petje dat Soekarno altijd droeg. Vast een politieke hotemetoot. 


Het is tijd voor de ceremonie van het vlag hijsen. Hiermee gaat de viering van 70 jaar onafhankelijkheid in veel Indonesische steden vandaag van start. Op 17 augustus 1945 riepen Soekarno en Hatta de onafhankelijkheid uit. Indonesie viert vandaag feest.

Onze vlucht naar Jakarta gaat om 10.00 uur, dus we kunnen de ceremonie meemaken. We proberen enigszins in een rij te gaan staan om niet teveel uit de toon te vallen. Van een vrouw krijgen we een pin met de Indonesische vlag om op te spelden. Ik heb er geen erg in maar een man snelt naar me toe. 'Sorry miss' en hij wijst op het speldje. Ik heb de vlag ondersteboven opgespeld. Dan gaan twee mannen en een vrouw, allen gekleed in het wit, met een opgevouwen vlag naar de mast toe. Wel eng om dat fanatieke Aziatische gemarcheer te zien, vind ik. 


Gezamenlijk maken ze de vlag vast aan de lijnen bij de mast. Dan vouwen ze die met een klap open, maar helaas zit er een hoek verkeerd vastgemaakt. In Malang hebben we gezien dat deze ceremonie dagelijks werd geoefend. Het is een heel serieus en belangrijk moment, daar zijn we inmiddels wel achter gekomen. Ook hier zullen ze er vast werk van hebben gemaakt. Je hoort bijna een zucht van teleurstelling door de rijen gaan. Gelukkig wordt het probleem snel opgelost en op de klanken van het volkslied Indonesia raya gaat de vlag in top.


Na het voorlezen van de onafhankelijkheidsverklaring en een gebed komt de hoogwaardigheidsbekleder naar voren. Een assistent overhandigt met veel misbaar een mapje met een tekst. De man noemt de vijf zuilen van de staatsideologie de Pancasila op, die door alle aanwezigen hardop worden herhaald. (Geloof in 1 almachtige god,een beschaafd en rechtvaardig humanisme, een verenigd Indonesie, een democratie en sociale rechtvaardigheid voor allen). Dan houdt hij een speech. Het zijn aardig wat bladzijden maar gelukkig is de tekst blijkbaar op een groot lettertype afgedrukt want het duurt niet zo lang. Ik voel namelijk de zon branden op mijn kuiten en bovendien gaat mijn maag knorren omdat we nog moeten ontbijten. 

Een commando klinkt en de rijen lossen zich op. Er komen mensen naar ons toe om te bedanken voor onze aanwezigheid. We zijn de enige Europeanen, op de manager van Novotel na. Het geeft een tweeslachtig gevoel om dit mee te maken. Onafhankelijkheid is een groot goed, maar hoe zouden Nederlandse veteranen tegen deze viering aankijken? Marco heeft gemengde gevoelens over het bijwonen van de ceremonie, niet over het feit dat elk land z'n eigen onafhankelijkheid moet kunnen uitroepen maar de verhalen die hij van z'n ooms hoorde over de onafhankelijkheidsoorlog maakt dat hij zich wat ongemakkelijk voelt hierbij.


Later in de middag lopen we het Fatahillah plein op in Jakarta waar zich een mensenmassa heeft verzameld. Er heeft zich ergens een kring gevormd. We gaan kijken wat er aan de hand is. Op een tafel staan zes bekers met koffie, zo lijkt het. Mensen staan in de rij om te proeven. De verkoper moedigt de mensen aan om mee te doen. Net als in Schiedam tijdens het standwerkersconcours. Even verderop is een grote kraam waar ook iets groots schijnt te gebeuren. Acht mensen op een rij krijgen een naald en draad van de presentator. Ze moeten over een vloer heen en weer lopen, de draad door de naald doen en ondertussen het volkslied zingen. Er omheen staan dikke rijen met toeschouwers. Het is zo onschuldig vermaak. 


Op het plein proberen verschillende mensen nog wat te verdienen aan deze feestdag. Flesjes fris, in een emmer met ijs, allerlei hapjes, een ballonnenverkoper en veel levende standbeelden. Dan heeft een groep jongeren ons gezien.


 Of we met hen op de foto willen. We moeten wel serieus kijken. Zij gaan namelijk naast ons staan alsof ze ons arresteren. We spelen het maar mee, het is tenslotte hun dag. 
Overigens gaat het allemaal onder veel gejoel en gelach. We krijgen een handdruk na afloop. Het is bij veel Indonesiers zowat een hobby om met ( grote blanke) Europeanen op de foto te gaan. Vandaag is het hek van de dam. 


De volgende twintig minuten gaan we met groot, klein, jong, oud, dik en dun op de foto. Achter ons staat een verklede Minnie mouse. Ze tilt haar masker op en lacht naar me. 'Sorry', zeg ik maar, want niemand heeft erg in haar. Als we die dag ook een mandje hadden neergezet, zouden we een behoorlijke opbrengst hebben nu.

In het hotel laten we de gordijnen open in onze kamer. Misschien is er wel vuurwerk vanavond!

zondag 16 augustus 2015

Makaken, red knobbed hornbill, M&M en een bosbrand

Om tien over vijf in de ochtend gaat de wekker. Een paar boterhammen, kopje thee en dan op pad met gids Ono naar het Tangkoko national park op Noord-Sulawesi. Twee uur rijden vanaf Manado ligt Batuputih, een dorp dat aan de ingang van het park ligt. Daar hebben we een huisje gehuurd bij Franky. Hij was een half jaar geleden nog werkzaam bij de overheid en nu is hij de eigenaar van Tangkoko Hill, dat sinds enkele maanden geopend is (www.tangkokohill.com). Franky vertelt dat zijn buurman van Tangkoko lodge hem maar een amateur vindt. Een beetje schaapachtig lachend geeft Franky toe niet zoveel te weten van het organiseren van een lodge. Hij krijgt advies en steun van een vriend die even verderop ook een lodge heeft. Zijn vrouw is geboren in dit plaatsje en ze hebben de gok gewaagd om een heel andere richting op te gaan.


Volgens mij komt het wel goed met Tangkoko Hill. In het gastenboek staan de eerste twaalf reacties, stuk voor stuk enthousiast. De huisjes, met veranda, zijn schoon, netjes en nieuw. Op de stekkerdozen, zeepbakjes, kapstok zitten nog de stickers van de winkel. Gasten verblijven hier volpension en het eten is echt heel goed. De kilo's die ik enigszins kwijt was door het noodgedwongen afkicken van chocolade, komen er hier waarschijnlijk weer aan. Rijst, twee soorten groenten, een kipgerechtje en elke dag verse vis. En dat twee keer per dag he! Als toetje krijgen we papaya of ananas.

Rondom de lodge zijn bomen geplant. Tuinman Nelson vertelt graag over zijn aanpak van de tuin. Erg leuk zijn de orchideeen die hij verpakt in een huls van kokos en met een touwtje (!) aan de stam van een boom vastmaakt. 


Toen ik Nelson de eerste dag zag, zei ik tegen Marco dat zij hetzelfde haar hebben. Bijna alle Indonesiers hebben ravenzwart haar, hoe oud ze ook zijn. In de winkel is het pad met haarverf veelal heel uitgebreid :-). Maar Nelson heeft grijs haar met stukken donker erin, net als Marco. 


Tijdens een gesprek blijkt dat de grootvader van Nelson Nederlander was. Zijn moeder heette Catootje. Nelson wijst op zijn neus en dan naar die van Marco: alleen Nelsons (brede) neus is niet Nederlands, begrijp ik uit zijn verhaal. Het is leuk om met hem te praten al verstaan we niet alles. Zijn vrouw was half Arabisch, mooi maar arrogant. Als hij thuiskwam van de grote vaart met veel geld op zak was ze blij. Toen hij stopte met werken wilde ze scheiden. Nu zit hij zonder vrouw, kinderen en huis. Hij is aangetrouwde familie van Franky en woont sinds de scheiding in de lodge. In ruil daarvoor werkt hij in de tuin. Om vijf uur ' s ochtends is hij in de weer om de planten water te geven. Over een paar jaar zal de lodge vast vol met bloemen staan!

In het gastenboek wordt ook gids Ono bedankt. We weten nu na dik vijf uur lopen door de jungle waarom. We kunnen geen pap meer zeggen. Na de lunch staan we allebei op met gebogen rug, schuifelend naar de uitgang. Om half vijf vanmiddag hebben we weer met Ono afgesproken om de spookdiertjes (tarsiers) te zien die 's avonds actief worden. Ik hoop maar dat wij ons dan nog in beweging krijgen. Wat hebben we vanochtend al veel gezien! Ten eerste al de wandeling: dwars door het oerwoud. Op een gegeven moment vroeg Ono of ik voorop wilde lopen, maar na een paar stappen had ik geen idee meer waar ik naar toe moest. Op de bodem lopen kris kras wortels en overal liggen takken en gigantisch grote bladeren. Soms wil je je vasthouden aan een tak maar dan blijkt die vol stekels te zitten of op z'n minst rode mieren.


Dan staat Ono stil. Hij wijst naar links. We zien beiden niets. Pas als hij uitlegt welke richting hij opkijkt en uitlegt waar we naar moeten zoeken, zien we de vogel. Een fraaie red knobbed hornbill, neushoornvogel. Wat is die mooi. Later die ochtend zien we twee uilen (?), ockre bellied bobooh, een great ear nightjar, een green back kingfisher, een lilac cheeked kingfisher, een Sulawesi bubbler en een red backed trush. De namen hebben we later opgezocht in het vogelboek dat in het restaurant van Tangkoko Hill ligt. Ook vliegt er nog een kakaktoe luid schreeuwend over onze hoofden, die oorspronkelijk uit Papoea komt. 



Indrukwekkend is de groep kuifmakaken die Ono op het spoor komt. We krijgen mee dat we op vijf meter afstand moeten blijven en geen oogcontact mogen maken met de apen. De groep zit onder en in een mangoboom. Af en toe wordt er een vrucht uit de boom geschud. Er wordt even aan gesnuffeld en als de mango nog niet rijp is, gooien ze deze achter zich neer. De apen vallen op door de kuif maar zeker ook door de blote, rode billen. Bij de kleintjes vormt zich daar een hartje, dat ziet er minder gek uit. We blijven een tijdje kijken naar de makaken, totdat Ono ons waarschuwt. Er is meer te zien. 

Na een dutje (van ruim 2,5 uur haha) lopen we om half vijf weer vief achter Ono aan. Opeens roept hij naar een open bestelbusje, dat stopt. We kunnen achterin de laadbak mee. Met dit vervoermiddel hebben we nog niet gereisd. We rijden totdat de weg stopt in het park. Daarna gaan we een voor ons onzichtbaar pad in. We zien een koeskoes in de vork van een boom zitten! Ono vertelt dat hij in de vier jaar dat hij gids is, nog niet eerder een koeskoes zo dichtbij heeft gezien! Het diertje klemt zich wat steviger vast aan de tak en kijkt met grote ogen terug. Marco maakt prachtige foto's. (We kunnen op dit blog alleen foto's tonen die we met een mobiel hebben gemaakt.) 


Dan gaan we in fors tempo door. De schemering maakt dat het oerwoud anders is dan in de felle zon. Blaadjes die voorbij fladderen, laten me schrikken. De wortels op de grond lijken slangen. Kortom, ik heb alle antennes actief waarover mijn lijf beschikt. Als Ono ons een tarantula laat zien, weet ik dat het goed is dat ik voorzichtig ben. De spin is zo groot als een mannenhand. Bij een grote holle boom wachten we totdat de zon ondergaat. Ono heeft het erover dat de spookdiertjes (tarsiers) naar buiten komen als het alarm gaat. Ik heb geen idee waarover hij het heeft maar ik vertrouw hem onmiddellijk. Hij is een heel goede gids. 

Op het moment dat de zon ondergaat, beginnen de krekels of sprinkhanen in het woud te tsjirpen. En inderdaad, het is een alarm dat aanzwelt tot je oren er pijn van doen. Tussen de wortels van de boom zien we de tarsiers, de spookdiertjes tevoorschijn komen. Ze zijn ongeveer acht centimeter groot, harig en hebben enorme ogen. 


Hun vingers zijn niet in verhouding met hun lijf: die zijn lang en dun. Ze kunnen sprongen maken van wel vijf meter, vertelt Ono. Het lijken net mini-gremlins, alleen zien deze er niet angstaanjagend uit, maar aandoenlijk lief. We verlaten als laatste bezoekers het bos. Als ik omkijk zie ik een groot donker gat. 


De volgende morgen worden we wakker door een brandlucht. Achter ons huisje staat het bos in brand. Voor de zekerheid, we horen het vuur knetteren, pakken we de koffers in. De eigenaar van de lodge, Franky, is al met tuinslangen in de weer. Achter de lodge stroomt een riviertje, het zijn enkele meters maar die zorgen er gelukkig voor dat de brand niet overslaat. Toch staat er even later een bananenboom  achter een van de huisjes in de fik. 




Mannen hebben een aggregraat in de rivier gezet en met een slang gaat Ono het vuur aan de overkant van de rivier te lijf. Of maakt het in ieder geval nat zodat het vuur hier weinig grip kan krijgen. Jongens springen ernaast in het water en lachen, zich niet bewust van het gevaar. 


Ik ga in het familiehuis bovenop de berg zitten, de ramen zijn al dicht maar de tafels en vloer zijn bedekt met asdeeltjes. De kinderen hebben betraande ogen. Ik doe lensenvloeistof in mijn ogen en vraag of ik het ook bij hen zal doen. 


Een meisje, Kanlin, durft het aan en al gauw staat iedereen in de rij. Als dank doet Kanlin een soort rode lak op mijn nagels. Het ziet er niet uit maar dat zeg ik natuurlijk niet. De kinderen zijn druk bezig met mij en met de inhoud van mijn toilettas en vergeten de brand. Ik deel nog wat parfummonsters uit aan mijn nieuwe vriendinnetjes. 


Dan komt Marco aan, bezweet en met een baddoek voor zijn gezicht. Hij heeft geholpen bij de buurman wiens huis in brand dreigde te gaan. "Ik voel me net een held hier", zegt hij. Franky komt even later ook met twee duimen omhoog binnen. "Marco helps!" Van hem hoor ik dat het vuur naar de andere kant van de weg was overgeslagen, dat niemand er erg in had maar Marco alarm sloeg en vervolgens mee hielp met het blussen. Hij is echt een held!


Volgens Franky is het beter dat hij ons naar een hotel in Manado brengt. De volgende ochtend vliegen we toch ook vroeg naar Jakarta. Zo komt het dat we opeens in de auto zitten, de koffers stonden toch al gepakt, iedereen Marco bedankt en ik de meisjes nog eens knuffel. Als we vanuit de lodge wegrijden zie ik pas wat het vuur heeft aangericht en hoe dichtbij het al was. 


Nog steeds zien we stukken smeulen. In plaats van een ochtendje zwemmen in Tangkoko national park en foto's maken van die heldere sterrenhemel daar, zitten we opeens in het Novotel van Manado. Als herinnering ruiken we een indringende brandlucht in onze kleding en op ons lijf. Maar er is hier een zwembad, room service, bier en wijn. Selamat datang!

P.s. Zoek je een goede, betrouwbare gids in Tangkoko national park? Wij bevelen Ono Vanly Tinungki ten zeerste aan. Www.tangkoko50mm.com 

vrijdag 14 augustus 2015

Snorkelen in Bunaken, Sulawesi

We hebben het snorkelen ontdekt. Tijdens onze trip naar het nationale park Ujung Kulon in het begin van onze vakantie, hebben we een aantal keren gesnorkeld. De wereld onder water is in Indonesie zo mooi dat we besloten in ieder geval nog een keer te gaan snorkelen. We boekten alvast een aantal overnachtingen bij het Bunaken Dive Resort op het eiland Bunaken in Noord-Sulawesi. Stiekem verheugden we ons erop. De foto's op Booking.com zagen er veelbelovend uit en de omschrijving van het hotel deed ons dagdromen. Veranda, hangmat, eigen opgang naar het strand, hemelbed met muskietennet. En natuurlijk de mogelijkheid om te snorkelen!


Het klinkt alsof we Rockefellers zijn, maar een vliegtuig van Surabaya naar Manado was zo geregeld via Tiket.com. Mensen gebruiken in Indonesie het vliegtuig zoals wij in Nederland met de trein reizen. De prijzen zijn ook laag. Dat kan ik niet zeggen van de transfer van het vliegveld van Manado naar Bunaken, al met al drie kwartier met een auto en drie kwartier met de boot. Het Dive Resort rekende hiervoor een bedrag waarvoor we 's avonds samen 14x kunnen eten! Ik heb uiteraard geprobeerd te onderhandelen omdat ik dit een belachelijk bedrag vond. Een maandsalaris van een leraar in Indonesie rekenen voor een transfer van je hotelgasten. Volgens de Nederlandse investeerder Excalibur was dit een heel gebruikelijke Nederlandse prijs voor een transfer, werd via e-mail gemeld. Dat we ons in Indonesie bevinden, telde blijkbaar niet mee. Omdat de publieke boot alleen om 14 uur van Manado naar Bunaken vaart en we niet wisten of we dat zouden halen die dag, gingen we overstag. Het was trouwens een heerlijke reis met de boot. Noord-Sulawesi is groen en bergachtig, om je heen zie je vulkanen! Niet-actieve welteverstaan. 


Daar zagen we door de palmbomen heen, vlak aan het strand, enkele bungalows van het resort. Omdat een aanlegsteiger ontbrak, liepen we met de koffers op onze schouders de laatste meters naar de kust door het warme water. We moesten uitkijken om niet op zeesterren te trappen, blauwe, rode, paarse. Dat beloofde wat. En inderdaad, toen we even later voor ons hotel drie meter de zee inliepen en ons hoofd onder water staken (we hadden gelijk maar snorkels en flippers gevraagd) wisten we niet wat we zagen. Het is zo ongelooflijk mooi. Je ziet van alles bewegen, heel rustig, alle kleuren door elkaar. Soms zwem je tussen scholen vissen die je even in hun midden tolereren. Grote vissen, lange vissen (needlefish), kleine en mini-vissen. Schildpadden die zwemmen alsof ze zweven in de ruimte. Kogelvissen die er lief uitzien, vind ik, met hun bolle, grote ogen zodat het lijkt alsof ze aardig naar je knipperen, maar je moet ze niet kwaad maken. Tijdens die eerste paar meters in het water zagen we een rog met een blauwachtige rug en een slangetje. Opeens vond ik het genoeg en wilde terug, maar ik kon niet op tegen de stroming. Hoe hard ik ook zwom, ik bleef op dezelfde plek in het water. Uiteindelijk ben ik achterwaarts in verband met mijn flippers, het water uitgelopen. Gelukkig waren we dicht bij de kust gebleven.


Daarna zijn we overigens alleen onder begeleiding gaan snorkelen. Om acht uur elke ochtend vertrekt een boot met duikers en duikinstructeurs. snorkelaars kunnen tegen geringe betaling mee. De boot vaart dan naar twee verschillende spots. De duikers moeten even wachten eer ze een tweede duik kunnen maken, ondertussen vaart de boot naar een volgend prachtig rif. Marco en ik genieten volop. Het is fijn zo naast elkaar te zwemmen en af en toe wat aan te wijzen, wat zeg ik, voortdurend iets aan te wijzen wat ons raakt. Het koraal, dat soms zo dik is als een been en in de meest bizarre vormen voorkomt. Op het koraal zitten vaak kleine gekleurde pijpjes, ik zal thuis eens opzoeken wat het nu precies is. Als je te dicht in de buurt komt, plopt het plantje naar binnen. De duikers op onze boot hebben haaien gezien en barracudas maar dat maakt alleen maar dat ik nog meer geniet van het snorkelen. Als wij het koud krijgen of er gebeurt iets, kunnen we zwaaien naar de bemanning en even later worden we opgehaald. 


Elke ochtend, het is even afzien met een wekker die om half zeven gaat, staan we gereed met onze bril en flippers. Om een uur of 1 word je weer bij het resort afgezet. De lunch staat dan klaar. Dat is echt goed geregeld hier. Vanwege een overboeking hebben we echter de eerste twee nachten op een terrein achteraan het resort gelogeerd. In de kamer stond een tweepersoons bed - met klamboe. Verder niets. Bij een paar ruiten ontbrak het glas. Onder ons huis, dat op palen staat, woonde een hele familie, met varkens, kippen en geitjes in de hekken ernaast. Babygehuil, etensluchtjes en het Ave Maria in een swingende versie. Het hoorde er allemaal bij. Na twee nachten kregen we de kamer die ons beloofd was op internet. Met hangmat, air conditioning, uitzicht op de zee. Eerlijk gezegd denk je bij de omschrijving ' resort' toch aan een zeer luxueus hotel. Dat beeld klopt niet helemaal. This is Indonesia! De houten muren hebben kieren waar tussen van alles naar binnen kan kruipen en soms sta je met ingezeept hoofd en dan blijkt er geen water te zijn. 


De foto's die we naar onze kinderen sturen hebben gelukkig wel het gewenste effect. De oh's en ah's doen ons toch weer beseffen wat een geluksvogels we zijn. En de Deense manager Kim en zijn staf zijn uiterst vriendelijk en behulpzaam. 's Avonds zien we dat de wereld boven de aarde ook fraai is. Wat een sterren. We blijven nog even hoor!

woensdag 12 augustus 2015

Nog even Malang

Er zitten alweer een paar dagen tussen ons verblijf in Malang en waar we nu zitten, op het eiland Bunaken in Noord-Sulawesi. De laatste dag hebben we Malang verkend zoals altijd, te voet. Eerst treinkaartjes gekocht bij het station. Natuurlijk ging dat niet zonder slag of stoot. Na een kwartier in de rij blijkt dat we ons moeten melden bij een kantoortje. Daar wordt een formulier ingevuld met naam en paspoortnummer. Dan kun je een nummer trekken voor het loket. Bij afgifte van het formulier, dat uiteraard gestempeld wordt, krijgen we de kaartjes voor de volgende dag. Die hebben we!

We besluiten naar de alun alun te gaan, dat is een grote open plaats waar kinderen vliegeren, volwassenen op een bankje in de schaduw met elkaar praten, kortom de ontmoetingsplaats van een stad. Het is zaterdag en veel mensen zijn vrij. Op een bank midden in de alun alun gaan we zitten. Tijd om goed om ons heen te kijken, is er bijna niet. Een schoolklas met meisjes zwermt om ons heen. De juf komt er bij en vraagt of we met hen op de foto willen. Ach, wij fotograferen ook graag de mensen die we tegen komen, dus we begrijpen dat wel. Zonder enige gene gaat de ene helft zowat bovenop ons zitten, ook bij Marco, en de andere helft staat met het mobieltje voor ons neus. We proberen een gesprek aan te knopen. Weinig mensen spreken Engels, dat verbaast ons vaak. Zelfs de juffrouw doet geen moeite. We zwaaien de klas uit en kijken om ons heen.


Twee vrouwen knikken ons toe en schuiven nog maar wat dichter bij. Ook hier komt het mobieltje tevoorschijn. Daarna pak ik mijn mobiel en maak een selfie van een van de dames en mij. Met de hoofden tegen elkaar aan roepen we 'smile'. We zwaaien de dames uit. 


Een echtpaar meldt zich. Natuurlijk vinden we het niet erg. Na de fotosessie pakt de man een zakje met stukjes pannekoek, lijkt het wel. 'Lets eat together' en hoewel we niet echt trek hebben (maar dorst), proeven we. Echt lekker! 


Op de terugweg naar het hotel komen we bij het museum Tempo Doeloe. Het museum geeft de geschiedenis van Malang weer, beginnend in het stenen tijdperk. De opstelling ziet er enigszins knullig uit. Onder grondniveau zitten twee poppen te graven in de bodem. Tja, dat snappen we ook wel. Vanaf 1900 wordt het museum voor ons interessant. Rapporten en verslagen van Hollanders, alles keurig gedocumenteerd. Ook wordt de stadsuitbreiding van de stad in beeld gebracht. De architect wilde voorkomen dat er een lintbebouwing langs de weg naar Surabaya zou ontstaan en heeft verschillende stadswijken zo ontworpen dat steeds een goed zicht op de bergen rondom en op de mount Bromo zou zijn. 


Met talloze voorwerpen en tientallen foto's krijgen we een indruk van Malang in de strijd naar onafhankelijkheid (vanaf 1945) en de Bersiap-periode, die daarop volgde. Malang is in brand gezet destijds waardoor vele koloniale panden verloren zijn gegaan. We zien foto's van een bezoek van Soekarno aan Malang met tienduizenden mensen op de been. De vlaggen en banieren die nu overal hangen vanwege de viering van 70-jaar onafhankelijkheid krijgen meer betekenis voor ons. Wat een tijd moet dat zijn geweest. De Hollanders en Indo' s zijn in Malang na de bevrijding in de interneringskampen, waar ze eerst door de Japanners gevangen werden gehouden, voor hun veiligheid ondergebracht. 


Dan zien we opeens een traditioneel gekleed echtpaar, in het echt dan! Ze maken in het museum een fotosessie voor hun aanstaande bruiloft. Of we met hen op de foto willen? Ik vraag wanneer ze gaan trouwen, maar de fotograaf verbetert mijn Indonesisch. Staat er in mijn leerboek Bahasa thuis 'kawin' voor trouwen; hier begint iedereen te giechelen als ik dit woord noem. Het blijkt dat het werkwoord kawin een sexuele betekenis heeft. Ik schaam me dood, want ik heb het werkwoord de afgelopen weken wel een paar keer gebruikt. Nu snap ik waarom iedereen vaak besmuikt zat te lachen. Deze jonge mensen zitten er niet mee en geven goede alternatieven voor een volgende keer!


Bij het museum is een restaurant, Inggil. Het ziet er eveneens tempo doeloe uit, gezellig ingericht met oude voorwerpen. 's Avonds komen we dan ook terug. Ons laatste etentje in Malang. 

De dag erna gaan we naar Surabaya. Een nieuw avontuur tegemoet!!

zondag 9 augustus 2015

Selamat makan

Geef mij maar nasi goreng met een gebakken ei
Wat sambal en wat kroepoek en een goed glas bier erbij


Als kind zijnde ben ik met verschillende eetgewoontes groot gebracht. Mijn moeder is Nederlandse, mijn vader Indo. Meestal krijg je de eetgewoontes door van je moeder, die is toch in de traditionele huishoudens degene die het eten verzorgt en, belangrijker nog, de gewoontes en gebruiken van het land van haar herkomst doorgeeft. Mijn moeder heeft gelukkig de eigenschap om ook andere gewoontes en gebruiken ruimhartig toe te laten in haar leven dus de indische keuken en gebruiken waren ons als gezin niet vreemd. Mn vader at regelmatig rijst met vis met z'n handen, een aanrader trouwens hoor om eens zo rijst te eten! Regelmatig gingen we op de zondag naar onze beide opa's en oma's. Bij de hollandse kant aten we 's middags warm. Draadjesvlees, aardappelen, gekookte andijvie met jus, appelmoes en vla na. De andijvie rook je al als we de galerij opliepen. Het smaakte mij allemaal.

Bij m'n indische oma (mijn opa is overleden in een van de kampen aan de Birma spoorlijn) ging het er anders aan toe. Ik kan me niet herinneren met alleen mijn ouders en oma gegeten te hebben. Ooms, tantes, vrienden alles schoof aan of kwam onaangekondigd binnen. Allen onder het mom van 'ik was toch in de buurt' maar ik verdenk ze er sterk van dat ze het eten van mijn oma heerlijk vonden en de datum dat wij kwamen al hadden omcirkeld in de agenda's. Stoelen werden bijgeschoven, borden uit de onderste la gehaald, bestek (alleen vork en lepel) kwam op tafel. Als er vrienden later aankwamen, was het ook geen probleem, er was altijd wel een bord te vinden. Op de kachel stond een grote schaal met indische kroketten. Later kwamen we soms doordeweeks langs, ook dan stond daar die schaal. 
We aten, zover ik me kan herinneren en misschien niet allemaal op één middag, natuurlijk de kroketten, soto ayam, longton, gado-gado, nasi putih met kip, groene eieren, makreel, rode bietensalade, spekkoek, pandang cake en we dronken er koffie tubruk of zoete thee bij. Je ging niet weg zonder dat je minstens twee keer opgeschept had en we kregen ook nog een tupperware doos mee met allerlei lekkers. Hoe m'n oma het voor elkaar kreeg om voor zoveel mensen te koken is mij een raadsel.
De Europese invloed van eten kreeg, toen ik volwassen werd de overhand, langzaam verschuift je smaak en je gewoontes. Het is moeilijk om tradities vol te houden.

Totdat je in indonesie komt.....


Wat een feest der herkenning. Eerst voorzichtig proeven, je speelt op safe natuurlijk. Soto ajam ken je al. Dat maar eerst dan. Langzaam komen de smaken, geuren en herinneringen terug. Voorzichtig peuzelend in een  padang restaurant, nasi tjampur eten bij straattentjes langs Jalan Malioboro in Yogyakarta, heerlijke sate kambing bij een ander tentje, ik geniet met volle teugen van al het eten. 




Heerlijk met teh manis ernaast schraap ik de laatste korrel rijst nog uit het plastic bordje, er wordt goedkeurend geknikt en gelachen. Als we sate ayam nemen kijken we toch een beetje verbaasd, 10 stokjes met miniscule stukjes kip wordt aangeboden. Kip is hier geen vetgemeste plofkip maar een volwassen scharminkel dat zelf z'n eten bij elkaar moest scharrelen. Een kipfilet hier is nog kleiner dan een kipkluif in Nederland, maar wat een smaken en geuren... De hoeveelheid pindasaus bij de sate ayam is ook niet meer dan een lepel groot.


Het is een aanrader om als je in indonesie bent ook eens aan te schuiven bij zo'n eettentje. De prijzen liggen meestal vast en je eet er zeker niet minder dan in een restaurant met gedekt linnen. De aankleding is anders maar de smaken zijn even goed voor een fractie van de prijs. Voor 80.000 rupiah (5 euro) eet je heerlijk met z'n tweeen. We eten alles waar we trek in hebben, het maakt ons niet uit of we aan een tafel zitten of niet, op een stoel of op de grond. De porties zijn niet groot die je krijgt, een ontbijtbordje vol. Alles is heerlijk gekruid. Vlees, vis of kip wordt gefrituurd gebakken of gegrild samen met een opscheplepel nasi aangeboden. Groenten los op een schaal erbij. Een groot glas thee maakt de maaltijd kompleet.


En dat minimaal twee keer per dag, het ontbijt probeer ik hollands te houden, nasi als ontbijt is me toch nog iets te veel van het goede.
Selamat makan!


zaterdag 8 augustus 2015

De mensen, de steden

Na drie dagen in Malang komen we tot rust. Weliswaar hadden we een vliegende start hier met onze tocht naar de Bromo, maar we zijn nu alweer twee dagen aan het 'luieren'. Malang in Oost-Java is een gemoedelijke stad met circa 900.000 inwoners. Als we op weg zijn, worden we niet zo vaak aangesproken als in Yogya of Bandung. De mensen lijken enigszins gereserveerder, voorzover ik dat kan beoordelen na enkele dagen. De meeste toeristen zijn hier op doorreis naar de vulkanen; de stad Malang is niet hun doel. 


 Het valt me toch op dat veel medereizigers weinig tijd nemen voor Java. Als we anderen spreken tijdens de urenlange reizen in bus of trein, blijkt dat vrijwel iedereen ongeveer twee dagen in Yogyakarta doorbrengt (dan ook nog eens naar de Borobudur en Prambanan gaat en alleen 's avonds naar de stad) en dan een Bromo- tour maakt om vanaf de vulkaan gelijk weg gebracht te worden naar de ferry voor Bali. Lombok en de Gili-eilanden zijn ook favoriet. De meesten gaan niet eens meer naar Jakarta! En Bandung, dat ook zo vreselijk leuke en mooie stad is, is soms ook alleen een tussenstop met de trein. 


Een Italiaans stel was vier dagen op Java geweest: vanuit Singapore een vlucht op Yogya, twee nachten, daarna door met de trein in 8 uur naar Malang, 's nachts om 01 uur eruit om de zonsopgang bij de Bromo te zien, tussen 12 en 16 uur soezen bij het zwembad, om die nacht een vlucht te nemen naar Bali. De man grapte nog dat hij een vijfsterrenhotel voor zijn koffers had geboekt. Hartstikke jammer toch? Java is zo bijzonder. De mensen zijn, ik kan echt geen negatieve ervaring herinneren, ontzettend behulpzaam en vriendelijk. 

"Elke dag is weer een feestje", stelt Marco. Hij voelt zich op z'n gemak in Indonesie. Dat had hij drie jaar geleden op onze eerste reis hier naar toe ook gelijk. "Waarom voel je je wel thuis in bijvoorbeeld Duitsland en niet in Belgie? Sommige emoties kun je niet goed verklaren, dat is een gevoel." Vorige keer bestelde hij nog wel eens kentang goreng (patat) als bijgerecht. Ditmaal hoor ik hem niet over de onvermijdelijke rijst elke dag of over de ' teh panas' (hete thee) die veel beter is voor je maag dan een koude cola, waar je weer het ijs - waarschijnlijk gemaakt met onfris water - uit moet vissen. 



Ook klaagt hij niet als ik weer eens een plan heb en soms word ik moe van mezelf, weet je! Zoals vanmorgen. Op de iPad had ik gelezen dat er een floating market, pasar agung, was in een stadje, 20 km boven Malang. Een hotelgast raadde een bezoek aan Batu ook aan. Grappig trouwens, deze Schot werkt hier bij Exxon en was een paar dagen vrij met vrouw en zoon. De man had jarenlang in Schiedam gewerkt aan olieplatforms! 

Na het ontbijt namen we een minibusje naar de busterminal om van daar een ander busje te nemen naar Batu. Een ritje kost ongeveer 4.000 rupiah, 0,27 eurocent, per persoon. Zo'n busje rijdt een vaste route en iedereen die mee wil, steekt z'n hand op en betaalt bij het uitstappen hetzelfde bedrag. Ideaal. Je zit soms wel met tien personen gepropt achterin, kinderen op schoot en handelswaar tussen de benen op de grond. Vanmorgen was het niet zo druk en de chauffeur had een cd opgezet met Engelstalige liedjes. Zo zaten Marco en ik 'Only the lonely' te galmen om half tien en ook niet verkeerd voor ons 'I did it my way'. 

Voor de toegangspoort van de pasar agung in Batu werden we afgezet. Het park ging pas om 12 uur open maar de man bij de poort deed niet moeilijk, net zoals het meisje bij de kassa dat haar mobieltje veel interessanter vond. Het bleek een namaak floating market te zijn, gemaakt als onderdeel van een pretpark. Tjeetje, wat was dat nep. We hebben wel heel leuke foto's gemaakt. Er was niemand dus konden we in de bootjes gaan zitten en uitgebreid poseren. Na een half uurtje hebben we de omgekeerde route met de busjes genomen, terug naar Malang. Op de boulevard Besar Ijen zijn we uitgestapt, wat staan daar prachtige villa's uit de Hollandse tijd. 


Er is - nog - geen aandacht voor het erfgoed van voor 1945. Indonesie viert op 17 augustus het 70-jarig bestaan als republiek. Daar wordt wel uitgebreid aandacht aan besteed. Overheidsgebouwen zijn versierd met rood-witte banieren en schoolkinderen oefenen met het hijsen van de vlag. De koloniale tijd ligt ver achter hen, zo lijkt het. In gesprekken met Hollandse toeristen merk ik overigens ook weinig belangstelling voor deze periode uit de vaderlandse geschiedenis. 





De trekpleisters zoals Borobudur en Bromo hadden voor velen net zo goed in Thailand of Maleisie kunnen liggen. Maar ach, waar zou ik me druk om maken? We zitten bij het zwembad, een boek erbij, een briesje zorgt ervoor dat het niet benauwd is en vanavond gaan we uit eten! Leve de vakantie.

donderdag 6 augustus 2015

Bromo-cowboys

Vanuit de stad Malang op Oost-Java kun je gemakkelijk tours maken naar de vulkaan Bromo. In advertenties over Indonesie zie je of een afbeelding van de Borobudur of van de Bromo. Een onwerkelijk maanlandschap lijkt het. Op Oost-Java zijn ongeveer 12 actieve vulkanen, waarvan de Bromo het bekendst is. Via huize Jhon, een reisbureautje waarvan de eigenaar vrij goed Nederlands spreekt, boekten we de tour 'sunrise Bromo' maar gelijk voor de eerste dag. We hadden er een treinreis opzitten van Solo naar Malang van dik 7 uur en vonden het niet erg om vroeg naar bed te gaan (ja Milan, net als thuis!) en om 01 uur op te staan voor de tour. Overigens hadden we in de trein erg leuk gezelschap van de twee leerkrachten Fleur en Eline. Als alle 'juffen' zo gedreven met hun werk bezig zijn zoals die twee, dan zit het wel goed met het basisonderwijs in Nederland! Petje af, hoor voor jullie visie op het onderwijs en op educatie. Zo, dat moest er even uit.

Om 01 uur werden we opgehaald met een jeep. Met een ander vervoermiddel kom je eigenlijk niet de Bromo op. De weg er naar toe heeft soms kuilen van 10-15 centimeter diep en is op talloze plekken gewoon helemaal kapot. Het is vanuit Malang nog dik 2 uur rijden naar de voet van de vulkanen - er liggen er een paar achter elkaar. Vlak voordat we de laatste weg naar de Bromo zouden inslaan, maakten we een stop. Het was koud bovenop de berg, ik denk een graad of 15. Ik had voor het eerst deze vakantie mijn spijkerbroek en een fleece-vest aan, maar Indonesiers hadden zich dik aangekleed. Mutsen, handschoenen, dikke jassen - die zijn trouwens speciaal voor deze tour te huur in Malang. 

Onder de motorkap van de tweede jeep van Huize Jon, die achter ons had gereden, kwamen opeens dikke rookwolken. Indonesiers geven niet gauw toe dat er problemen zijn, ze zijn behoorlijk relaxt, maar dit keer zaten ze te 'oe-en' en ' ah-en'! Terwijl alle andere jeeps voorbij reden, moesten wij wachten op hulp vanuit Malang. Drie minuten, het begrip 'jam karet' - elastieken tijd - was volop van toepassing. Het werden dik 45 minuten. Inmiddels was het al over vieren, terwijl we voor de zonsopgang gingen bij de Bromo! Toen de vervangende jeep was gearriveerd, werd de reis in hogere versnelling voortgezet. We werden van links naar rechts geschud, gingen tegen het plafond aan en kwakten weer neer op de harde banken. Wat ons ook zorgen baarde, was dat de motor van onze jeep telkens afsloeg. Dan moet je weten dat we helling (30 graden ongeveer) af reden, op een weg met bulten, stenen en kuilen! Dus de auto bleef toch wel rijden en ondertussen probeerde de chauffeur met verwoede pogingen de motor weer te starten. Lichten uit om de accu te sparen. 

Ongeveer 1 km onder de uitkijkpost op Mount Penanjakan (2.770 m) waarvan je de vallei met o.a. de Bromo kon zien, werd de jeep geparkeerd. Ik denk dat we wel 100 jeeps voorbij zijn gerend naar de top. Aan beide zijden van de weg stonden ze geparkeerd. Op het smalle pad ertussen renden Marco en ik (met de andere passagiers) naar boven om op tijd te zijn voor de zonsopgang. Jongens op brommers reden voorbij, een zakdoek voor de mond tegen het stof. Waarom we in hemelsnaam niet zijn ingegaan op hun aanbod, tegen betaling uiteraard want de Bromo is big business, weet ik niet want ik heb nu nog spierpijn van het rennen op die helling. Op de top was het dringen, vreselijk. Je zag geen Bromo; aan de horizon tekenden alleen de selfie-stokken zich af. Daar kwamen al de eerste zonnestralen. Ik besefte dat we van dit moment moesten genieten en ons niet uit het veld moesten laten slaan door dit circus. Marco had nog het statief meegenomen omdat hij mooie foto's wilde maken, maar we konden nauwelijks onze ellebogen bewegen in die massa. 


Bij een groepje studenten uit Jakarta kon ik een plekje op een bank bemachtigen. Ze maakten met veel plezier plaats voor ons en waren meer geinteresseerd in onze antecedenten dan in de Bromo. Ik probeerde nog een paar meter naar voren te komen. In dat opzicht is Marco echt een Indo, want bescheiden bleef hij achter. Op mijn Hollandse, Schiedamse manier, wat inhoudt dat ik elk gaatje dat iemand open liet innam werkte ik me een weg naar de balustrade. Ik tikte een man, die mij scheidde van het ultieme zicht op de vallei, op zijn rug en vroeg of ik even mocht kijken. "Sure, enjoy it because it is truly worthwhile," zei hij gelukkig. Daar stond ik dan. Ademloos keek ik om me heen. Af en toe kwam er een pufje stoom uit de vulkaan, waarvan de top boven de wolken uitstak. Nadat de Amerikaan weer zijn plek in de volle rij had ingenomen, liep ik terug naar Marco. Samen hebben we nog even kunnen genieten van het uitzicht. Wat voel ik me toch gelukkig en ben ik een bofkont! 


Haha, we moesten trouwens ook weer naar beneden rennen, omdat de chauffeur had gevraagd of we na een uur terug wilden zijn. In het gedrang om als laatst komers toch wat te kunnen zien, was de tijd omgevlogen. En toen Marco eenmaal foto' s kon maken, er was geen plek en ook tijd om het statief op te zetten, wilde hij ook niet direct weg (Was dat zijn Hollandse inborst?). Alle jeeps gingen vervolgens in file naar de 'Pasir Lautan'', zoals de zee van zwart lavazand, die de Tengger caldera met een diameter ongeveer 10 km, heet en de vulkanen omringt. Aan de voet van de Bromo moesten alle passagiers zich nog een kilometer door het zand ploeteren om de trap te bereiken met 246 treden die naar de mond van de krater leidde. Natuurlijk diende hier zich ook hulp aan: mannen op paardjes reden als gekken af en aan om toeristen naar de trap te brengen. Ik heb niet eens gevraagd wat het kostte; ik vind het ontzettend treurig dat er van zoiets fraais zo'n circus wordt gemaakt. 


Op de trap rook je de vulkaan al. Een dikke rotte-eierenlucht drong zich met kilo's zand in alle porien van je lichaam en kleding. Ons haar bleef na afloop overeind staan als je er met je vingers doorheen ging, zo vuil was het. Vuil was het ook in de kratermond. Blijkbaar gooien mensen gewoon hun afval de vulkaan in. De aanblik van die walmende vulkaan maakte mij in ieder geval nederig. En ik kon al die cowboys hier, of ze nu in jeeps, op een brommer of paard zitten, uit mijn gedachten bannen. De Bromo maakt het ondanks de reis en het circus erom heen, inderdaad allemaal waard!