zondag 17 juli 2016

Kamperen


























De weg naar onze volgende camping, Pioneer campingground in Laporte midden in the Endless Mountains, voert ons door verschillende dorpen. Langs beide kanten van de weg staan schattige witte, houten huizen met een veranda en een paar schommelstoelen, een Amerikaanse vlag wapperend naast de deur. Het klassieke beeld van wat je van het Amerikaanse platteland voorstelt. 


We hopen ergens nog een winkel te zien om boodschappen in te slaan. En omdat je in Amerikaanse supermarkten geen bier of wijn kunt kopen, zijn we ook op zoek naar een liquor store. Onze koelkast bevat enkele tomaten, mosterd, boter, jam en een flesje water; Marco snakt naar een biertje en een glaasje wijn bij het eten zou ook heerlijk zijn.

Drank in Amerika is behoorlijk duur. Voor een wijntje in een restaurant ben je zeker tien dollar kwijt (ongeveer acht euro) en voor een glas bier ook zoiets. In de winkel kost een fles wijn tenminste elf dollar. Voor de Frontera uit Chili, die ik bij AH pas nog voor nog geen vier euro kocht, betaal je hier zeker dertien dollar. Het vreemde is dat een liquor store, een zaak waar alcohol wordt verkocht, vrijwel altijd een armzalige uitstraling heeft. Het ziet eruit als een zaak die je liever mijdt en waar je niet graag wordt gezien. Het bedrag dat een gemiddelde klant zal neertellen voor de producten rechtvaardigt echter een chique zaak.




Op de veertig kilometer lange weg naar Laporte staat van alles langs de kant van de weg, maar geen zaak waar we onze boodschappen kunnen inslaan. Misschien heeft de kampwinkel wat in voorraad. De camping is heerlijk. Het is rustig en de camper is amper te zien tussen de bomen. Eekhoorntjes rennen rond en als Marco takjes aan het verzamelen is voor het kampvuur, ziet hij een slangetje kronkelen tussen de bladeren. We kijken in het winkeltje of we daar onze boodschappen kunnen vinden. Behalve artikelen om een goed kampvuur te maken en om kinderen te vermaken, zien we niets van onze gading. “Only four miles ahead you can find a general store”, vertelt de beheerster. Zij vindt het hartstikke leuk dat we deze camping hebben gekozen. Hoe kwamen we eigenlijk op dat idee? Ik vertel haar van het boek (10 cm dik) dat we in New York hebben gekocht en dat we een hele dag hebben meegesjouwd door Manhattan en overigens later tot de standaarduitrusting van de camper bleek te behoren. Amsterdam kent ze vanuit haar studietijd dertig jaar geleden. Ze lacht erbij alsof we een geheim delen: misschien denkt ze aan de coffeeshops die ze ongetwijfeld destijds zal hebben bezocht en die in Amerika ondenkbaar zijn. “Ik heb tien jaar in Manhattan gewerkt en af en toe mis ik de grote stad. I miss the etnic food like the Indian cuisine, gerechten die je hier in de bergen niet op de menukaart zal terugvinden. Binnenkort gaan we weer een weekeinde naar New York om heerlijk op terrasjes te zitten en uit eten te gaan.”

Tot nu toe hebben we geen vervelende ervaring met Amerikanen. Ook de streng gelovige Amish bleken ontzettend aardig en niet beschroomd om een praatje mee aan te gaan. Eigenlijk zou ik willen dat mensen in Nederland ook op deze manier met elkaar omgaan. Hier groet men elkaar, vraagt hoe het gaat vandaag en luistert ook naar het antwoord. In winkels en restaurants word je uitermate goed geholpen; dat de fooi een belangrijk deel van het loon uitmaakt, zal hier debet aan zijn, maar goed. Terug naar de kampwinkel waar de verse producten op zijn omdat er niets geleverd is vanwege de feestdag 4th of July. De general store moet uitkomst bieden. We gaan op weg. Een stuk langs de snelweg waar ontzettend fraaie vrachtwagens voorbij denderen. Er staan in dit deel van het land veel huizen te koop, zouden veel mensen wegtrekken naar de grote stad? Als je niet op het land wilt werken, waarmee kun je in dit gebied eigenlijk geld verdienen? In de regionale krant is het voorpaginanieuws (!) dat een school twee nieuwe leraren heeft aangenomen. Het jaarsalaris staat zonder gene in de krant afgedrukt: 53.000 dollar voor de wiskundeleraar en 50.450 dollar voor de muziekleraar. 

Na zes kilometer wandelen in de brandende zon langs de bosrand en deels langs de rijksweg komen we in het stadje Laporte. In de general store, een gewone buurtwinkel met een beperkt assortiment, blijkt een stroomstoring roet in het eten te gooien. Maar als we vragen of we dan ook niets kunnen kopen, flakkert het licht aan. “Als de kassa werkt, verkopen we.” Met een doos eieren, een blikje bonen (altijd goed) en twee flesjes limonade voor direct gebruik, beginnen we aan de terugweg, twaalf dollar armer.


Wanneer we de volgende dag op weg zijn naar onze volgende campingplaats, speuren we de route af. Op zoek naar zo’n verbijsterend lelijke zaak waar we bier en wijn kunnen inslaan. Want niets is zo ontspannend als ’s avonds in je luie stoel bij de camper te zitten met een glaasje van het een of ander. Vuurvliegjes om je heen en de kaart op schoot om de route voor de volgende dag uit te stippelen: op weg naar de Niagara Watervallen!


Geen opmerkingen:

Een reactie posten